dinsdag 26 april 2016

Rookmelder

Kreeg een brief van mijn woningbouwvereniging. Het schrijven meldt dat ik binnenkort een rookmelder van hen krijg.
Nu moet u weten dat ik bij het betrekken van mijn huidige woning vrijwel onmiddellijk twee rookmelders, op strategische plaatsen, heb aangebracht. Een derde melder lijkt mij dus lichtelijk overdreven.
Maar goed, er komt op de vierde mei dus een monteur tussen 8.00 uur en 17.00 uur in dit huizenblok langs.
Hoe laat ik aan de beurt ben is nog onbekend. Als ik die dag onverhoopt niet thuis mocht zijn, krijg ik een brief met een andere datum waarop de monteur kan komen. Waar ik dan niet over kan bellen voor een nieuwe afspraak.
Het epistel van de verhuurder gaat verder over de voordelen van het hebben van een rookmelder.
Buren zouden op het luide signaal afkomen als ik toevallig door een in mijn huis hangende verstikkende rook heen slaap.
En daarna worden er ook nog enkele handige tips gegeven om brand te voorkomen.
''Houdt vuur altijd in de gaten als u kookt of een kaarsje brandt.''
Heb de in mijn huis aanwezige rookmelders wel eens getest. Onbedoeld. Er stond een keer een koekenpan iets te lang op het fornuis, met het gas iets te hoog. En toen voldeden ze uitstekend.
Mijn zus noemt haar rookmelder trouwens haar kookwekker. Maar dit terzijde, zo vaak is mij het aanbranden van voedsel niet overkomen.
Bij die zeldzame keer dat er bij mij iets is aangebrand, heb ik de balkondeur opengezet en slaagde ik er binnen luttele minuten in de rookmelder uit te schakelen.
Ondanks het oorverscheurende, irritante gepiep, dat volgens mij drie straten ver draagt, kwam er geen buur bij mij aanbellen om te informeren of er toevallig brand was. Laat staan dat de deur werd ingetrapt om mijn vege lijf te komen redden.
Denk dat ik de vierde mei maar thuis blijf. Ga ik een kaarsje opsteken en eten aanbranden als de rookmeldermonteur langskomt. Kunnen we tijdens het drinken van een vers gebrand bakje bonenkoffie de nieuwe melder testen. 










vrijdag 25 maart 2016

A Fistful of Gitanes

In 2011, 20 jaar na de dood van Serge Gainsbourg, was ik aanwezig bij de boekpresentatie van Bitterzoet van Serge van Duijnhoven in Café Bitterzoet in Amsterdam. 
De helft van het publiek was oud, dik en lelijk. Er waren veel Jean-Paul Belmondo's en het café puilde uit van de BN-ers. Alleen al het lichaam van Xaviera Hollander nam de helft van de ruimte in beslag. De rest van de aanwezigen was jong en ongenaakbaar, type zuchtmeisje of plamuurbloempje.
Het eerste exemplaar van Bitterzoet werd door Tommy Wieringa uitgereikt. Die las ook nog even voor uit eigen werk, gruwelijk fraaie zinnen, waardoor hij andere schrijvers bijna de moed ontneemt om ooit nog iets te schrijven.
Op de achtergrond werden beelden van rokende mensen uit Franse film noir vertoond.
In het café zelf mocht uiteraard niet gerookt worden, maar er was gelukkig een rookruimte.

De titel van dit stukje is ontleend aan een biografie over Gainsbourg. 
Het boek Bitterzoet is bij uitgeverij Nieuw Amsterdam uitgegeven. 
https://sergevanduijnhoven.wordpress.com


maandag 21 maart 2016

De Brugklasmeermin

Zuslief had op jonge leeftijd de neiging om dikwijls te water te raken.
Ze had als vijfjarige al eens bij de ark, waar we destijds op woonden, onder de steiger gelegen.
En in latere jaren liep zij, zonder zich eerst in de daarvoor bestemde kledij te hijsen, vaak plompverloren het zwembad van de buren in.
Op de dag dat het jaarlijkse fietstochtje tijdens de introductieweek van de brugklas, door het Waterland ten Noorden van Amsterdam, zich aandiende, heerste er een gespannen sfeer tijdens het ontbijt.
Ik hield het nauwelijks droog toen ik haar bij het vertrek het 'goed gemeende' advies gaf niet in zeven sloten tegelijk te rijden.
Een klein uur later was F. alweer thuis. Met natte haren. In geleende kleren.
Bij het eerste bruggetje, een beklimming van de vijfde categorie, was ze het talud afgereden en in de belendende vaart beland.
Nadat zij met behulp van omstanders op de kant was getrokken, dook de groene druipster tot grote verbazing van alle aanwezigen opnieuw tussen het kroos.
Want haar fiets lag er nog in. Die moest ook gered worden!
F. mocht zich in het huis van een dorpeling afdrogen en kreeg kleren van een van de kinderen van de bewoonster te leen.
Een leraar beloofde haar thuis te brengen. Maar tot haar niet geringe verontwaardiging moest die zich eerst nog wel even bij alle controleposten langs de route afmelden.
Aldus was zuslief al meteen een BB-er, een bekende brugpieper.
Elke leraar kende haar immers al als de onfortuinlijke brugklaszeemeermin.