vrijdag 18 september 2026

AI herschreef het eerste hoofdstuk van mijn roman Seizoensgebonden

 Er word vaak gezegd dat AI misbruik maakt van het intellectuele product van auteurs.

Dat moet dus ook andersom kunnen.

Heb AI gevraagd https://blogbusternl.blogspot.com/2013/07/de-zomer-van-levi-leipheimer-hoofdstuk-1.html te herschrijven in de stijl van Johnny van Doorn.

Hieronder het resultaat.

Dames en heren, bezit u over een geheugen? Schrijf dit op! Dit was een DAG OM NOOIT, NEE, NOOIT MEER TE VERGETEN! Zo’n dag waarover de stervelingen in hun stoffige boekjes lezen en zuchtend denken: dit bestaat niet, dit maakt geen mens ooit werkelijk mee! Maar het bestond! Het voltrok zich!
Kijk mee, dáár, op dat houten bankje voor de Vondelkerk aan de Vondelgracht! Wie zitten daar te vegeteren in de allesverzengende junizon? Twee wezens van de primatensoort Homo Ludens Alcoholica! Te dik, van middelbare leeftijd en tot aan de rand toe volgegoten met het goddelijke vocht! Karel Nooitgedacht en Murk Hemelsoet! Dronkenlappen, ja! En hoe! Voor dit godsgruwelijke uur van de dag al COMPLEET EN ALGEHEEL LAL-DRONKEN! Geflankeerd door wat? Door aangebroken, glanzende halve literblikken van het allergoedkoopste zwerversbier! En die vuilnisbakken ernaast? Die puilen uit! Een oase van lege blikken! Een fraai, symmetrisch stilleven van de zelfkant in het magiese centrum van Louloenen aan den Doolaard, de trotse, dolgedraaide hoofdstad van het koninkrijk Gedogia, pal op de plek waar de Noordervliet zich met een noodgang in de Doolaard stort!
En ze zijn BLIJ, o zo intens tevreden, die twee ruifvreters! Want wat een land, wat een fabelachtig koninkrijk waarin men de godganselijke dag met behoud van uitkering en een ijskoud blik in de klauwen in de zon mag zitten smeren! Murk heft het blik naar de kosmos, hij proost op de pure waanzin van het bestaan: "LEVE HET HEDONISME!" brult hij. En Karel? Karel valt hem bij, met overslaande stem: "Het leven is waard geleefd te worden! Ja! Ja!"
Murk raakt in extase. Hij móét getuigen! Hij móét scheppen! "Ik ga er een boek over schrijven, Karel! Een magnum opus! Het zit al in de kop, het brandt achter mijn ogen, het moet er alleen nog even UIT!" Karel knikt, laveloos maar diep onder de indruk: "Een grote uitdaging, Murk, een gigantische kluif!" Maar Murk raast al door, de megalomanie kent geen grenzen meer: "En dan schep ik twee hoofdpersonen, hoor je me, twee giganten, en ALLEBEI zijn ze gebaseerd op mijzelf! Op mijn eigen, glorieuze persoon!" Karel probeert de op hol geslagen geestdrift nog te temperen: "Ja, godsamme, je ego is er groot genoeg voor. Het eigen ego eerst, zeg ik altijd maar!" Maar Murk hoort hem al niet meer, hij ziet de literaire hemelpoort al openstaan: "En dat tweetal, dat geniale duo, gebruik ik meteen om er een paar bloedstollend INTELLIGENTE DIALOGEN aan op te hangen!" Karel neemt nog een gigantische slok, gooit zijn hoofd in de nek en produceert een LUIDE, OER-HOLLANDSE BOER: "Wat een vondst, mijn hemel, wat een vondst!" Waarop Murk triomfantelijk de genadeklap uitdeelt: "En wat je vindt mag je houden, nietwaar?!" Karel knikt, de logica is onverbiddelijk, en giet weer een slok naar binnen.
BOEM! De literaire rust wordt RUW, ja MISDADIG VERSTOORD! Daar staat-ie opeens, achter hun ruggen opgedoken uit het niets: Harry Spaan! En hij brult, met die schorre rotstem van ’m: "POLITIE! HEEFT U IETS WAAR UW NAAM OP STAAT?!" Altijd weer diezelfde, bloedirritante rotgeintjes van die vent! Terwijl hij, nota bene HÍJ, de absolute recordhouder is als het gaat om boetes voor wilddrinken! Meestal zit die idioot niet eens op het gedoogbankje, nee, hij bezet de stoep voor de kerk en is bovendien te beroerd, te lui en te verdomd arrogant om naar een urinoir te lopen. Hij pist gewoon rechtstreeks, hup, tegen de dichtstbijzijnde boom!
"Murk! Je moet bier halen! NU!" commandeert Harry. Heb je Harry ooit zelf bier zien kopen? Nooit! Onwaarschijnlijk! Is het pure luiheid of heeft hij een levenslang verbod om de supermarkt te betreden? Niemand die het weet! Maar geld heeft-ie, bijna altijd, en hij smijt ermee! Hij is gul, de koning te rijk! "TWAALF BIER! EN EEN PAK CHOCOMELK!" brult Harry. "EN EEN PLASTIC TAS!" Murk bedenkt zich niet, klokt zijn blik leeg, veegt zijn mond af, grist die handvol guldens uit Harry’s klauw en GAAT OP PAD!
En als Murk daar zo wankelt, in de richting van de Jan Campertsupermarkt op het Brederoplein, wie ziet hij daar staan voor het glazen paleis van het zakenblad De Speculant? De redacteuren! Ze staan te paffen in de buitenlucht! Murk, de ritselaar, bietst een saffie en raakt meteen in een rabiaat gesprek met Wouter Bavink, zo'n schrijvende intellectueel. Murk spuwt zijn megalomane plannen over de op handen zijnde roman over hem uit. En wat doet Wouter? Die raakt geïnspireerd, verdwijnt als een hazewindhond naar binnen en komt terug met een glanzend notitieblok, compleet met het logo van het zakenblad! KNETTERGEK! De eerste hindernis in het leven van de kersverse literaire reus is genomen: PAPIER! Hij heeft papier om zijn waanzin te noteren!
Ondertussen, terug op het bankje: Harry en Karel in diep filosofisch beraad.
"Zaten jullie hier al lang, Karel?"
"Nou, toch zeker alweer twee biertjes, Harry. Ik begin altijd vroeg, hoor. Anders heb je werkelijk GEEN FLIKKER meer aan je ochtendhumeur!"
"Enne... waar woon jij tegenwoordig eigenlijk?"
"In een pension in de Harry Mulischdwarsstraat. Klein, doodlopend steegje bij het Jan Wolkerspark."
Karel fronst zijn beschonken wenkbrauwen: "Wie was dat nou eigenlijk, die Mulisch?"
Harry weet het wel, Harry weet alles: "Ik geloof de een of andere scheikundige. Volgens mij heeft hij ooit de Nobelprijs gekregen voor het onderzoek naar de gedragingen van elementaire luchtdeeltjes in een bijna-vacuüm bij angstaanjagend hoge temperaturen!"
Karel boert zachtjes: "Oh... gebakken lucht dus. Duidelijk."
Daar is Murk weer! Beladen met de buit! Hij voegt zich bij het illustere trio en HUP: de blikken worden met een luid SISSEND geluid opengetrokken! Karel neemt een veel te grote slok, verslikt zich grandioos en lalt met het schuim op de lippen: "Ik kan eigenlijk helemaal niet tegen bier, jongens! Bij de eerste slok staat het schuim me meestal al op de muil!"
Murk kijkt naar zijn blik en schudt zijn hoofd: "Nou, ik heb voorlopig wel weer even genoeg gehad. Ik ga even toeristen helpen."
"Kom je nog terug?!" schreeuwt Harry hem achterna. "Je moet straks nog een vracht bier halen!"
Maar Murk is de kwaadste niet, welnee, de kwaadsten dat zijn de anderen! Murk is behulpzaam, bloedend behulpzaam, vooral als die buitenlandse toeristen hem een paar penningen of een dikke sigaret toeschuiven. Maar let op: voordat hij die hordes gaat 'helpen', heeft hij eerst een paar koude ketsers nodig om los te komen in de heupen en de stembanden. Hij mompelt in zijn baard: "Het gaat lukken vandaag... Het is maar goed dat ik nog wat biergeld in de zak had, de kost gaat immers voor de buit uit, ja toch?!"
En hoe helpt hij hen? Je moet jagen op de stervelingen met platplattegronden! Of 'landkaarten', zoals de rabiate Harry ze steevast noemt. Murk stapt eropaf, legt zijn bezwete vinger op het papier en legt uit dat ze de hele boel VERDOMME op z’n kop houden! Dat ze voor het Rembrandtmuseum of de Kees van Beijnumdijk toch echt de COMPLEET ANDERE KANT op moeten wankelen! Maar de natuur wint altijd: na een intensieve jacht keert de dorst onherroepelijk en met brute kracht terug in de keel van Murk. Hij scoort een nieuw blik, beent naar de Vondelgracht en als hij het heilige bankje nadert, trekt hij het metaal met een ruk open: "EFFE PAUZE, JONGENS! HOOP LA!"
Maar het bankje is bezet, ramvol! Eddy Dubois, de Vlaamse vluchteling, de man uit het zachte zuiden, is het gezelschap komen versterken! Eddy incasseert op deze gezegende vrijdag zijn zogenaamde 'bezorgkosten' voor de gratis exemplaren van de Engelstalige Louloenen Times, een wekelijks vod dat hij bij de lokale middenstand aflevert. "Loop je zo even mee, Murk?" vraagt Eddy met die zachte g. Murk lacht, de alcohol golft door zijn aderen: "Ach ja, waarom ook niet! Vooruit met de geit!"
Als Eddy de eerste winkel uitkomt, zwaait hij triomfantelijk met een briefje van VIJF GEDOGIAANSE FLORIJNEN! "Ze geven hier altijd gul, Murk, en volgens mij lezen ze die hele rotkrant niet eens!" Waarop Murk het uitschreeuwt van de lach: "TIMES IS MONEY! JAWEL! TIMES IS MONEY!"
En dan, dames en heren, de tragedie! Het is een week nadat het RAMPZALIGE rookverbod in de Gedogiaanse cafés van kracht is geworden! De rookaanslag teistert de muren niet meer, de bruine kroeg is dood, vermoord, weggewassen! "Het moet niet gekker worden," briest Eddy met opspattende woede, "je krijgt nu al een HALVE BOETE als je op een terras staat te roken!" Murk vult hem aan, de armen wild zwaaiend in de lucht: "Je zult maar een strakke broek aan hebben! Als je dan gaat staan om je aansteker uit je zak te wurmen, heb je al meteen een boete aan je pantalon hangen!"
"Ik emigreer naar Spanje!" raast Eddy, de frustratie nabij. "Je mag hier NIETS MEER! Helemaal NIETS!"
"Je mag op straat niet eens fatsoenlijk een biertje drinken!" schreeuwt Murk met overslaande stem. "Daar mag je dan nog wel roken, maar op terrassen moet je weer ZITTEND drinken en roken, het is de reinste TERRASSENDISCRIMINATIE! SCHANDE!"
En als de avond valt en Eddy en Murk te veel hebben gedronken en er GEEN ROODE CENT meer over is, scheiden hun wegen. Elk zijn eigen onvermijdelijke ondergang tegemoet! Murk neemt de Aagje Dekenstraat, richting het hoofdspoorwegstation. Voor hem uit strompelt een zwerver, een hopeloze romanticus, die tegen elke passerende vrouw bezeten roept: "Mevrouw, mevrouw, ik hou van u! Ik hou van u!" Totdat een oud, gebocheld mensje naar hem opkijkt en met een venijnige stem sist: "SLIJMERD!"
Murk vervolgt zijn weg, hij mompellacht in de vallende avond: "Ze worden met de dag gekker hier... knettergek!"
Hij pakt de pont, de trillende pont over de Doolaard naar de JandenHartogwerf in Oost. Vanaf daar is het nog vijf minuten bikkelen naar de woonark in het Willem Brakmankanaal, pal tussen de Bordewijk en de Volenwijk, de plek waar hij hokt met zijn moeder. Murk gooit de voordeur open, de realiteit slaat toe: "DAAR BEN IK WEER!"
Mevrouw Hemelsoet schuifelt met trage, slepende pasjes de gang in, kijkt hem aan met holle ogen en vraagt: "Waar ga je heen?"
Murk trekt zijn schoenen uit, de vermoeidheid van de drank in zijn botten, en zachtmurmelt hij tegen de muren: "Nee, ik kom net thuis, ma... Ze wordt met de dag verwarder. Met de dag verwarder..."
En de stilte valt. De junizon gaat onder. DE WAANZIN IS VOORBIJ!

Wat vond je van deze transformatie naar de energieke stijl van de Selfkicker? Als je wilt, kan ik ook het volgende hoofdstuk voor je herschrijven, of we kunnen een andere schrijver proberen, zoals Jan Cremer of Remco Campert. Laat maar horen hoe we verdergaan!
 
 
 

zondag 13 september 2026

Wat AI van mijn schrijfsels vindt. Een recensie

Vroeg AI wat het van hst 1 van mijn onaffe roman Seizoensgebonden vond. 

Mijn schrijfsel kees je hier:  https://blogbusternl.blogspot.com/2013/07/de-zomer-van-levi-leipheimer-hoofdstuk-1.html

Kreeg, verbazingwekkend binnen een paar seconden al, antwoord. En kreeg het idee dat AI mijn schrijfbedoelingen begrijpt. Wow!

Hoi! Wat een heerlijk, eigenzinnig begin van een verhaal. Je hebt een heel duidelijke stem en een flinke dosis droge, absurdistische humor. Kort samengevat: Ja, dit is erg vermakelijk geschreven. Je zet direct een unieke, satirische wereld neer die ergens zweeft tussen een alternatief Amsterdam en een absurdistisch koninkrijk. De personages staan meteen als een huis.Toch zijn er een paar structurele en taalkundige punten waarmee je dit hoofdstuk van 'leuk' naar 'echt professioneel' kunt tillen. Hieronder vind je een constructieve analyse.

🌟 Sterke punten: Geweldige humor en ironie: De grap over Harry Mulisch als scheikundige die "gebakken lucht" onderzoekt is goud waard. Ook de term Homo Ludens Alcoholica en "Times is money!" zijn erg sterk.Sfeer en setting: De subtiele verwijzingen naar bekende schrijvers (Campert, Wolkers, Brakman) en de parodie op Amsterdamse plekken (Vondelkerk, Gedogiaanse Florijnen) geven het verhaal een heel eigen, literair-satirisch sfeertje.Sterke contrasten: De overgang van de deftige, bijna plechtige openingszinnen naar twee dronkenlappen op een bankje werkt perfect als komische stijlbreuk.

Verbeterpunten (Tips voor de redactie)1. "Show, don't tell" bij dialogenJe gebruikt nu veel zinnen waarin je uitlegt wat een personage doet met zijn tekst (bijv. "Karel meent te moeten antwoorden dat..." of "Murk betoogt nogmaals dat..."). Dit vertraagt de dialoog. Laat de personages gewoon praten, de lezer snapt de context wel.Nu: Karel meent te moeten antwoorden dat het hem een grote uitdaging lijkt.Beter: “Dat lijkt me een grote uitdaging,” antwoordt Karel.2. Pas op met 'gelegenheidswerkwoorden'Woorden als mompellacht en zachtmurmelt zijn creatief, maar ze vallen heel erg op en kunnen de tekst een beetje gekunsteld maken. Vaak is een simpel "mompelt hij" of "lacht hij in zichzelf" krachtiger, omdat de aandacht dan naar de tekst zélf gaat.3. Slordigheidjes in grammatica en interpunctie

 Er staan een paar kleine taalfoutjes in die de vaart eruit halen: Dtd-fouten: "Ze geven hier altijd gul," verteld hij Murk. Ja, dat moet uiteraard vertelt zijn.   

De zogenaamde gekunstelde woorden zijn m.i. juist om het lezen spannender te maken.

Mijn commentaar op het verbeterpunt dat ik veel zinnen gebruik om uit te leggen wat een personage antwoordt

Dat is een door mij welgekozen stijlfiguur. Ik laat de verteller schrijven wat iemand heeft gezegd en daarna wat die persoon in werkelijkheid, veelal ietwat absurder, heeft gezegd.

Ja dat vertraagt, maar dat is door mij bewust zo gedaan. Om daarna weer ontzettend uit de bocht van de achtbaan te vliegen opdat de lezer door blijft lezen. 

 

 



 

zaterdag 14 maart 2026

Leven&Sloop

 

Leven&Sloop


Autobiografie van George C. Bekker 31-07-1963-

Het feit dat er op onze planeet al nauwelijks sprake is van enige vorm van intelligentie, doet het ergste vrezen voor de rest van het Universum – Karel T. Nooitgedacht




Je moet een autobiografie uiteraard altijd zelf schrijven.

Dat kan je immers niet aan een spookschrijver overlaten.

donderdag 5 maart 2026

Patiënt in opleiding

I

Wat vooraf ging


Als tweejarige heb ik met een dubbele longontsteking in het ziekenhuis gelegen.
Ruim een jaar later nogmaals, die keer voor mijn amandelen.
Dit was de eerste keer dat ik onder volledige narcose was.

Daarna ben ik tot 2026 maar een keer patiënt in een ziekenhuis geweest. Tijdelijk.


In 1993 toen ik met vers fruit, sap en een fles Jack Daniels van mijn huis in het centrum van Amsterdam naar Ruigoord waar ik mijn tentje had staan in verband met het zomerfeest Landjuweel reed, brak een van de schouderbanden van mijn rugzak en zwiepte de tas tussen het voorwiel van mijn racefiets.
Ik kon nog net een aanrijding met een fietser die ik juist inhaalde vermijden en belandde onzacht op het asfalt van de Weteringschans. Juist voor de deur van een herenkledingzaak.
Een verkoper rende naar buiten en in formeerde of hij een ambulance moest bellen.
Nou, als hij vond dat het er ernstig genoeg uitzag... Graag!
Zo belande ik in een ziekenauto. Ik kon alle testvragen over mijn naam, geboortedatum en welke dag het was vlot beantwoorden.
Korte tijd later lag ik op een brancard in een kamer op de spoedeisende hulp van het VU academisch ziekenhuis.
Na een tijdje begon ik me af te vragen of ze me vergeten waren, maar bedacht dat ze vast druk bezig waren met patiënten die er ernstiger aan toe waren.

Daarna werd ik naar een andere ruimte gebracht voor een hersenscan.
Er leek niet zoveel aan de hand te zijn. Ik had hersens en die waren 'shaken not 'stirred'.

Ik mocht elders in het ziekenhuis mijn zwager bellen om opgehaald te worden en at in afwachting wat fruit. Altijd handig je eigen fruit bij je te hebben als je onverhoopt in het ziekenhuis belandt.

Ik had een kaartje meegekregen met het advies om om het uur wakker gemaakt te worden om de mogelijkheid dat er toch sprake was van een hersenschudding uit te sluiten.

Bij zus en zwager was dat niet mogelijk. In mijn eigen huis zou ik waarschijnlijk in een lange rustgevende slaap vallen, dus het leek me het beste mij naar mijn tent in Ruig
oord te laten brengen.

Die nacht lag ik in mijn tent naar de mensen die het feest van het leven vierden te luisteren.

De volgende dag was ik gelukkig opgeknapt en was ik op een paar verwondingen in mijn gezicht na weer de oude. 

Een paar dagen later haalde ik nog een tetanusprik bij mijn huisarts tegen eventuele infecties die ik bij mijn val op straat had opgelopen.


II

Eind april 2021 werd ik opnieuw patiënt. Bij het boodschappen in buurtsuper DIRK werd ik plotseling niet goed. Ik zette de tas met zojuist aangeschafte etenswaren op de inpakbalie en bracht mijn boodschappenwagentje terug en zakte ineen.
Gelukkig raakte ik met mijn hoofd de ronde metalen balk niet die daar ter voorkoming van beschadigingen aan de glazen pui was aangebracht.

Het was midden in de Coronatijd. Er stonden tientallen klanten en winkelmedewerkers met gezichtsmaskers over me heen gebogen.
Ik kreeg de vraag of er een ziekenauto besteld moest worden.
Dat leek me niet nodig. Er was iemand die aanbood me overeind te helpen. Dat leek me ook geen goed idee. Als ik opnieuw zou vallen, raakte ik wellicht die metalen balk alsnog.

Later liet ik me helpen. Werd naar de overkant van de straat gebracht en na even te hebben gerust, ben ik naar een huisartspost op de Wittenkade gelopen en gevraagd of er misschien een arts naar mijn conditie kon kijken. Ik bleek een ietwat lage bloeddruk te hebben. Met mijn hart en longen was niks mis.


Ik had nog geen huisarts in Amsterdam-West. Al decennia niet nodig gehad. De hulp van de arts, die ik in Noord had, was alleen nodig geweest voor mijn moeder wiens mantelzorger ik was.
Ik kon helaas geen cliënt worden bij die huisartspost. Ze hadden er al teveel.

Vond gelukkig snel een huisartspost waar ik wel terecht kon.

Bij die huisartspost werd geconstateerd dat ik een te hoge bloeddruk had. Daar heb ik al 5 jaar medicijnen voor.


Heb daarna nog een paar keer te maken gehad met de huisartspost op de Wittenkade.
Een keer was daar een pakje voor mij bezorgd. Toevalligerwijze hebben zij hetzelfde huisnummer. Kreeg een keurig briefje in mijn bus. Dus kon ik het zo ophalen.
Een tijdje later zou er een CV-monteur namens mijn woningbouwbedrijf komen.
Hij belde me op met de vraag waar ik woonde. Hij zag alleen de nummers 60 en 62.
Na een tijdje begreep hij dat hij aan de oneven kant van de straat moest zijn,
''Oh, dan moet ik dus aan de overkant zijn''.
Even later belde hij opnieuw. ''Er is hier een huisartspost. Woont u daar?''.
Ik begreep dat hij op de Wittenkade stond.
Toen hij eindelijk op mijn adres arriveerde bleek dat de opdracht die hij had meegekregen al eerder door een collega was uitgevoerd.

III


Tussen 2021 en 2026 werd ik door mijn huisarts regelmatig naar een prikpost verwezen om mijn bloed te controleren.
Als de uitslag dan b innen was googelde ik die, constateerde dat de stoffen in mijn bloed onder de kritische grens lagen. Een bezoek aan mijn huisarts een paar dagen later bevestigde dat.
Ook kreeg ik een aantal CT-scans. Van mijn longen en lagere organen.
En later een longtest. Ik dacht dat ik het er slecht vanaf had gebracht. Maar de specialist waar ik later een gesprek mee had zei dat ik voor een (toen) zestigjarige uitstekende longen had. Heb nog gevraagd of dat ondanks mijn slechte gewoonten, decennia roken e.d. was. Nee, dat was niet van invloed op de uitslag. Meer door mijn obesitas.

Ik had bij de huisartspost regelmatig gesprekken met een voedingsspecialist. Volgens hem was er weinig mis met mijn voedingspatroon.


IV

Eind 2025 brak er een nieuwe periode aan. Eerst liep ik een vervelende spierscheuring in mijn lies op. De huisarts constateerde dat het gelukkig geen liesbreuk was en schreef me een pijnstillende gel voor die bij de eerste keer dat ik die gebruikte direct werkzaam was.

Een paar wegen later had ik een nieuwe afspraak waarbij de toestand van mijn voeten werd onderzocht. De huisarts verwees me naar een podotherapeut. Thuis maakte ik direct een afspraak, helaas pas voor begin februari.

Verrassend genoeg bevond de podotherapie zich in hetzelfde pand aan de Wittenkade waar ik eerder een huisarts had bezocht.


De laatste keer dat ik een middag bijwoonde van schrijfcollectief Kantlijn (kantlijn.org) waar ik vrijwilliger ben bezocht was maandagmiddag de 15e december 2025 in buurtcentrum de Horizon in de Spaarndammerbuurt. Er was een stuk van een van de schrijvers, JB, in de Z! Krant geplaatst. De 'daklozenkrant' die in Amsterdam voor veel supermarkten wordt verkocht. Ik gaf hem de vergoeding voor de plaatsing en het exemplaar van de Z!

Een week later kreeg ik het ontstellende bericht dat hij was overleden.



Kantlijn.org: U kunt meeschrijven op maandag, woensdag en vrijdag tussen 14.00 en 16.00 uur. In respectievelijk Buurtcentrum de Horizon, Hembrugstraat 156, in Amsterdam-West, Buurthuis van der Pek, Heimansweg 33, in Amsterdam-Noord en het filiaal van bibliotheek OBA, Javaplein 2, in Amsterdam-Oost.

 Kantlijn 

 

V


Begin 2026 ging het helemaal mis.

Ik was in januari en 2 februari niet in staat om de schrijfsessies van Kantlijn in West bij te wonen. En het lukte mij ook niet de sessies in Noord en Oost ook weer eens te bezoeken.

Mijn rechtervoet begon half januari op te zwellen. In die mate dat ik mijn nieuwe schoenen niet meer aankreeg en terug moest vallen op mijn oude, afgetrapte schoenen, die ik slechts met veel moeite aan kon trekken om een bezoek aan de buurtsuper te kunnen brengen.

Ik bestelde online sandalen met klittenband. Maar na bezorging bleek het klittenband nauwelijks over mijn altijd al dikke, hoge wreef van mijn rechtervoet te sluiten.


Vrijdag 16 januari had ik een tandartsafspraak voor het plaatsen van een kroon.
Maar toen ik ruim op tijd van huis vertrok en tien meter naar rechts liep, verloor ik beide sandalen al en moest ik ter onverrichter zake op mijn sokken terug naar huis keren en mijn tandarts melden dat ik niet in staat was mijn afspraak na te komen.

Ik had geen pijn aan mijn rechtervoet en zag geen reden om contact met mijn huisarts op te nemen. Het leek mij voldoende op 3 februari de podotherapeut te bezoeken. Van haar te horen wat er met mijn voet aan de hand was en dan een paar dagen later, bij een bezoek aan de huisarts, haar mening te vernemen over het door de podotherapeut uitgebrachte reportage.

 

VI


Dinsdagochtend 3 februari ging ik op tijd op weg naar de praktijk van de podotherapeut. Ik was er veel te vroeg, maar mevrouw S, was al beschikbaar.
Zij schrok van de aanblik van mijn voet, nam direct contact op met mijn huisarts en deelde mee dat ik wellicht gelijk daarna naar een ziekenhuis zou moeten gaan.

Op weg naar huis ging ik nog even langs de buurtsuper om de hoek voor wat vers fruit en groente. Ik had een afspraak om 10.30 uur bij de huisartspost. Thuis tijd genoeg om wat kleren bij elkaar te pakken om voorbereid te zijn voor een eventuele ziekenhuisopname.

Maar op weg naar huis, op de Wittenkade, aan de zijkant van de Koperen Knoop, het huis van de wijk, zakte ik plots door mijn knieën.

  koperenknoop.nl 

Klaarblijkelijk had een van de bewoners dit gezien, want een kleine tien minuten later reed er een ambulance voor.

Ik werd naar het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam-West vervoerd en zo begon de eerste periode sinds mijn derde dat ik langere tijd in een ziekenhuis zou doorbrengen. Zonder meegebrachte kleding. Zonder oplader voor mijn mobiel, nauwelijks de mogelijkheid de buitenwereld op de hoogte te stellen van de locatie waar ik me bevond. Ik kon nog net mijn zus bellen.

Het ziekenhuis meldde mijn toestand aan de huisarts.

Er werden foto's en een scan van mijn voet gemaakt. In alle hectiek meende ik te begrijpen dat ik de volgende dag geopereerd zou worden. 's Avonds kreeg ik bezoek van mijn zus.

Woensdag de 4e werd ik niet geopereerd, maar in een ziekenauto naar het OLVG-Oost vervoerd.

Daar kreeg ik in eerste instantie te horen dat ik in verband met een operatie te horen dat ik zelfs geen water mocht. Later werd dat gebod ingetrokken. De operatie zou de volgende dag plaatsvinden dus hoefde ik pas na middernacht nuchter te zijn.

Donderdag de 5e. Rond 10.30 uur werd ik met bed en al naar de operatiezaal gebracht. Na een korte tijd in een wachtruimte werd ik plaatselijk verdoofd, op een brancard gelegd en werden er allerlei pleisters aangebracht om mijn lichaamsfuncties te kunnen meten.
Ik lag met gespreide armen naar de monitoren te kijken. Dat bovenste cijfer zou mijn hartslag wel zijn. Aan de gedragingen van de operatiemedewerkers te merken waren alle cijfers in orde.

Ik hoorde ik een motorzaag. Het geluid ging door 'merg en teen'. Dat zullen de drie kleinste tenen van mijn rechtervoet wel geweest zijn.

Daarna kreeg ik in de tussenruimte een waterijsje, een raketje en werd ik terug naar de afdeling gebracht.

Ter compensatie van hetgeen mij was overkomen kwam mijn gevoel voor zwarte humor tot ontwikkeling. Ik had de operatiemedewerkers na de operatie al gevraagd of ik wellicht een 'Doggybag' mee kon krijgen.
Later terug op de afdeling: ''Hoeveel tenen steek ik op?''. Bedacht dat ik de cursus 'voetschilderen' wel van mijn 'Bucketlist' kon schrappen en nam me voor mijn zus, dierenartsassistente, later te vragen ''Hoeveel tenen een kievit heeft'.
Dan kon ik later, als ik voor een mens ietwat vreemd zou lopen, altijd beweren dat ik 'als een kievit' liep.

Was op tijd terug op de afdeling voor het middagmaal.

Het eten en de verzorging in het OLVG is werkelijk geweldig. Het ontbijt op bed is weliswaar ietwat aan de late kant, rond 8.30 uur, terwijl ik thuis rond zes uur ontbijt, maar ik kan voor die tijd met het vanuit bed bedienbare lichtknopje al een paar uur rustig schrijven.

Drie keer per dag werd mijn bloeddruk, het zuurstofgehalte in mijn bloed en lichaamstemperatuur gemeten. Elke keer in orde volgens de verpleegkundigen en artsen.

Niet gewend aan de heersende mores in een ziekenhuis ben ik tot twee keer toe 'ondeugend' geweest. Heb ik mezelf 's morgens losgemaakt van de paal met mijn infusen teneinde zelfstandig naar het toilet te kunnen gaan. Ik had een alarmknop om een verpleegkundige te roepen, maar dacht dat die het wel te druk zouden hebben met ernstigere zaken. Dat was vrij onverstandig. Het resulteerde onbedoeld in een geweldige rotzooi.

Vrijdag de 6e zag ik zelf voor het eerst de ravage die een dag eerder in de operatiezaal aan mijn voet was aangericht bij het afzetten van mijn tenen.
Stelletje afzetters!

Gelukkig werd ik na een paar dagen van de inmiddels overbodig geworden infusen losgekoppeld en kon ik op elk moment naar de WC.

Mijn zus bezocht me regelmatig, bezorgde me tijdschriften, een puzzelboekje een oplader voor mijn mobiel, schriften en pennen en de noodzakelijke kleding.


Het wetenschappelijke blad Quest, dat ik eerder al een paar keer had gelezen, bevatte interessante artikelen op het gebied van de gezondheidszorg.
Over pijnbestrijding door middel van muziek. Had eerder al gehoord dat medische studenten op muziekfestival daar testen mee hadden gedaan met vrijwilligers. Deze moesten hun hand in ijskoud water steken tot de pijn ondraaglijk werd. En daarna dezelfde test, maar dan met de favoriete muziek van de testpersoon. In het laatste geval bleek de pijn langer te verdragen te zijn.
Een ander artikel handelde over een Chinees onderzoek van gezichtsscans waarmee hartkwalen en dergelijke voortijdig konden worden geconstateerd.
Het artikel over foto's van jezelf waarmee je met behulp van kunstmatige intelligentie een jeugdigere versie kon generen waardoor er herinneringen uit die tijd in je brein zouden opdoemen leek me wel iets om later thuis te proberen.
Te gebruiken voor de te schrijven autobiografie waar ik in het ziekenhuis ook mee begonnen was.


VII

Vrijdag 5 januari werd ik naar de gipskamer gebracht voor het aamneten van aangepast schoeisel. Ik kreeg een rechterschoen. Een week later de linker.

Die week liep ik op een aangepaste en een normale schoen een stukje door de gang en mocht ik een paar treden van een trap nemen. Helaas verhinderde de infuuspaal die ik hierbij mee moest nemen het nemen van meer hindernissen.

Vrijdagmiddag kreeg ik bezoek van K. en Z. van Kantlijn, het schrijverscollectief waar ik vrijwilliger ben.

K. is degene die namens Kantlijn degene die contact houdt met de Z! De Amsterdamse straatkrant waar stukken van ons collectief in worden geplaatst en de coördinatrice van Kantlijn. Behalve de nodige verstrooiing, een

 Z! krant 

Zaterdag de 7e kreeg ik bezoek van goede vriend R. uit Friesland. Jaren niet gezien. Wat je allemaal niet moet doen om elkaar weer eens te ontmoeten.

Hij had een smartphone meegebracht. Had nog nooit een dergelijk toestel gehad. Denk zelf wel na en dacht altijd dat je daar weer een apart abonnement bij moest nemen. Dat leek me overbodig. Ben vrijwel altijd thuis online bereikbaar via mijn computer/laptop. Aan een dommobiel om inlogcodes te ontvangen of afspraken te bevestigen of ter onverrichter zake te moeten afzeggen leek me voldoende. De smartphone heb ik nog steeds niet onder de knie. Siri begrijpt me niet.

Op zondag bleek mijn dommobiel onbruikbaar. Kreeg een melding over het ontbreken van een simkaart. R. had zaterdag iets gedaan met de simkaarten van de telefoons. Thuisgekomen twee weken later heb ik online een simkaart besteld,

maar het is me nog niet gelukt die op de juiste wijze in te brengen. Ik ben erg onhandig in dat soort zaken. De filmpjes die ik op YouTube heb bekeken gaan allemaal over smartphones. Gelukkig kan ik thuis bijna iedereen via E-mail bereiken.


VIII

Week twee. Maandag en woensdag kreeg ik de hik en constateerde dat er nog steeds geen remedie is om dat euvel te verhelpen. Iets dat mijn zus een paar decennia eerder al eens in een ziekenhuis had ondervonden.

Dinsdag werd ik voor de tweede keer in mijn leven onder volledige narcose gebracht. De vorige keer was de behandeling aan mijn amandelen toen ik drie jaar was. Er werd een stuk vel uit mijn dijbeen verwijderd om het gemis van mijn drie kleine tenen te compenseren.

Ik zag erg tegen de narcose op. Ben in mijn leven verder nog nooit buiten bewustzijn geweest. Maar het viel alleszins mee. Ik was die middag al ietwat slaperig en werd na de operatie heerlijk uitgerust wakker. En het perenijsje dat ik daarna kreeg was een welkome traktatie.

Vond het wel vervelend dat ze een stuk vel uit mijn rechterbeen hadden gebruikt. Ik vond dat mijn linkerbeen ook wel eens aan de beurt was. Mijn rechter was al genoeg geteisterd door het scheurtje in de spier in mijn lies en de operatie van mijn voet.

Ruim een week lang was mijn rechterbeen felroze. Ik had er zo als flamingo mee naar het carnaval kunnen gaan.

En vrijdag de dertiende mocht ik weer naar de gipskamer voor een tweede aangepaste schoen.

 

IX

Week drie. Dinsdag 17 februari moest ik nogmaals naar de operatiezaal om daar onder plaatselijke verdoving aan mijn voet behandelt te worden. Een kleine ingreep om wat stukjes teen te verwijderen.

De laatste twee weken in het ziekenhuis had ik geen pijn. Hooguit 2 op een schaal van 1 tot 10 als een verpleegkundige mijn voet schoonmaakte en opnieuw verbond.

Woensdag overkwam me iets grappigs. Er werd een apparaat op min bed geplaatst en twee verpleegkundigen legden hun oor ter hoogte van mijn voet te luisteren. Tenenluisteraars?

Een dag later, in de gipskamer, werd het raadsel opgelost. Het apparaat zond een toon uit waarmee op afstand geluisterd kon worden naar echo's in de stroming van mijn bloed met behulp van het dopplereffect.

Hoewel de wond nog niet volledig was geheeld mocht ik donderdag gelukkig wel douchen. En kreeg het bericht dat ik vrijdag naar huis mocht.

Kon de hele week al zelfstandig, met een rolstoel weliswaar, naar het toilet.

's Middags maakte ik ritjes met de rolstoel door de gang.

Na het avondeten maakte ik nog een rolstoelritje door de gang. Ik had een frisdrankautomaat gezien en kreeg ineens zin in een Cola Zero. Het zou de eerste keer deze eeuw worden dat ik Coca Cola dronk.


Ik kwam terug bij de zaal waar 'mijn' bed zich placht te bevinden. Geen bed.
De aanwezigen hielpen me uit de droom. Ik had de verkeerde afslag genomen en was in de verkeerde vleugel beland.
Werd de juiste weg gewezen en kwam weer op de goede zaal. Daar zette een dame van de catering net een glas citroensap op mijn bijzettafeltje. Met ijs. Erg welkom om later in mijn cola te gebruiken.

Aan het eind van de vrijdagmorgen mocht ik naar huis. Ondersteund door een verpleegkundige naar een taxi en daar ondersteund door de chauffeur weer naar mijn eigen appartement.