vrijdag 18 september 2026

AI herschreef het eerste hoofdstuk van mijn roman Seizoensgebonden

 Er word vaak gezegd dat AI misbruik maakt van het intellectuele product van auteurs.

Dat moet dus ook andersom kunnen.

Heb AI gevraagd https://blogbusternl.blogspot.com/2013/07/de-zomer-van-levi-leipheimer-hoofdstuk-1.html te herschrijven in de stijl van Johnny van Doorn.

Hieronder het resultaat.

Dames en heren, bezit u over een geheugen? Schrijf dit op! Dit was een DAG OM NOOIT, NEE, NOOIT MEER TE VERGETEN! Zo’n dag waarover de stervelingen in hun stoffige boekjes lezen en zuchtend denken: dit bestaat niet, dit maakt geen mens ooit werkelijk mee! Maar het bestond! Het voltrok zich!
Kijk mee, dáár, op dat houten bankje voor de Vondelkerk aan de Vondelgracht! Wie zitten daar te vegeteren in de allesverzengende junizon? Twee wezens van de primatensoort Homo Ludens Alcoholica! Te dik, van middelbare leeftijd en tot aan de rand toe volgegoten met het goddelijke vocht! Karel Nooitgedacht en Murk Hemelsoet! Dronkenlappen, ja! En hoe! Voor dit godsgruwelijke uur van de dag al COMPLEET EN ALGEHEEL LAL-DRONKEN! Geflankeerd door wat? Door aangebroken, glanzende halve literblikken van het allergoedkoopste zwerversbier! En die vuilnisbakken ernaast? Die puilen uit! Een oase van lege blikken! Een fraai, symmetrisch stilleven van de zelfkant in het magiese centrum van Louloenen aan den Doolaard, de trotse, dolgedraaide hoofdstad van het koninkrijk Gedogia, pal op de plek waar de Noordervliet zich met een noodgang in de Doolaard stort!
En ze zijn BLIJ, o zo intens tevreden, die twee ruifvreters! Want wat een land, wat een fabelachtig koninkrijk waarin men de godganselijke dag met behoud van uitkering en een ijskoud blik in de klauwen in de zon mag zitten smeren! Murk heft het blik naar de kosmos, hij proost op de pure waanzin van het bestaan: "LEVE HET HEDONISME!" brult hij. En Karel? Karel valt hem bij, met overslaande stem: "Het leven is waard geleefd te worden! Ja! Ja!"
Murk raakt in extase. Hij móét getuigen! Hij móét scheppen! "Ik ga er een boek over schrijven, Karel! Een magnum opus! Het zit al in de kop, het brandt achter mijn ogen, het moet er alleen nog even UIT!" Karel knikt, laveloos maar diep onder de indruk: "Een grote uitdaging, Murk, een gigantische kluif!" Maar Murk raast al door, de megalomanie kent geen grenzen meer: "En dan schep ik twee hoofdpersonen, hoor je me, twee giganten, en ALLEBEI zijn ze gebaseerd op mijzelf! Op mijn eigen, glorieuze persoon!" Karel probeert de op hol geslagen geestdrift nog te temperen: "Ja, godsamme, je ego is er groot genoeg voor. Het eigen ego eerst, zeg ik altijd maar!" Maar Murk hoort hem al niet meer, hij ziet de literaire hemelpoort al openstaan: "En dat tweetal, dat geniale duo, gebruik ik meteen om er een paar bloedstollend INTELLIGENTE DIALOGEN aan op te hangen!" Karel neemt nog een gigantische slok, gooit zijn hoofd in de nek en produceert een LUIDE, OER-HOLLANDSE BOER: "Wat een vondst, mijn hemel, wat een vondst!" Waarop Murk triomfantelijk de genadeklap uitdeelt: "En wat je vindt mag je houden, nietwaar?!" Karel knikt, de logica is onverbiddelijk, en giet weer een slok naar binnen.
BOEM! De literaire rust wordt RUW, ja MISDADIG VERSTOORD! Daar staat-ie opeens, achter hun ruggen opgedoken uit het niets: Harry Spaan! En hij brult, met die schorre rotstem van ’m: "POLITIE! HEEFT U IETS WAAR UW NAAM OP STAAT?!" Altijd weer diezelfde, bloedirritante rotgeintjes van die vent! Terwijl hij, nota bene HÍJ, de absolute recordhouder is als het gaat om boetes voor wilddrinken! Meestal zit die idioot niet eens op het gedoogbankje, nee, hij bezet de stoep voor de kerk en is bovendien te beroerd, te lui en te verdomd arrogant om naar een urinoir te lopen. Hij pist gewoon rechtstreeks, hup, tegen de dichtstbijzijnde boom!
"Murk! Je moet bier halen! NU!" commandeert Harry. Heb je Harry ooit zelf bier zien kopen? Nooit! Onwaarschijnlijk! Is het pure luiheid of heeft hij een levenslang verbod om de supermarkt te betreden? Niemand die het weet! Maar geld heeft-ie, bijna altijd, en hij smijt ermee! Hij is gul, de koning te rijk! "TWAALF BIER! EN EEN PAK CHOCOMELK!" brult Harry. "EN EEN PLASTIC TAS!" Murk bedenkt zich niet, klokt zijn blik leeg, veegt zijn mond af, grist die handvol guldens uit Harry’s klauw en GAAT OP PAD!
En als Murk daar zo wankelt, in de richting van de Jan Campertsupermarkt op het Brederoplein, wie ziet hij daar staan voor het glazen paleis van het zakenblad De Speculant? De redacteuren! Ze staan te paffen in de buitenlucht! Murk, de ritselaar, bietst een saffie en raakt meteen in een rabiaat gesprek met Wouter Bavink, zo'n schrijvende intellectueel. Murk spuwt zijn megalomane plannen over de op handen zijnde roman over hem uit. En wat doet Wouter? Die raakt geïnspireerd, verdwijnt als een hazewindhond naar binnen en komt terug met een glanzend notitieblok, compleet met het logo van het zakenblad! KNETTERGEK! De eerste hindernis in het leven van de kersverse literaire reus is genomen: PAPIER! Hij heeft papier om zijn waanzin te noteren!
Ondertussen, terug op het bankje: Harry en Karel in diep filosofisch beraad.
"Zaten jullie hier al lang, Karel?"
"Nou, toch zeker alweer twee biertjes, Harry. Ik begin altijd vroeg, hoor. Anders heb je werkelijk GEEN FLIKKER meer aan je ochtendhumeur!"
"Enne... waar woon jij tegenwoordig eigenlijk?"
"In een pension in de Harry Mulischdwarsstraat. Klein, doodlopend steegje bij het Jan Wolkerspark."
Karel fronst zijn beschonken wenkbrauwen: "Wie was dat nou eigenlijk, die Mulisch?"
Harry weet het wel, Harry weet alles: "Ik geloof de een of andere scheikundige. Volgens mij heeft hij ooit de Nobelprijs gekregen voor het onderzoek naar de gedragingen van elementaire luchtdeeltjes in een bijna-vacuüm bij angstaanjagend hoge temperaturen!"
Karel boert zachtjes: "Oh... gebakken lucht dus. Duidelijk."
Daar is Murk weer! Beladen met de buit! Hij voegt zich bij het illustere trio en HUP: de blikken worden met een luid SISSEND geluid opengetrokken! Karel neemt een veel te grote slok, verslikt zich grandioos en lalt met het schuim op de lippen: "Ik kan eigenlijk helemaal niet tegen bier, jongens! Bij de eerste slok staat het schuim me meestal al op de muil!"
Murk kijkt naar zijn blik en schudt zijn hoofd: "Nou, ik heb voorlopig wel weer even genoeg gehad. Ik ga even toeristen helpen."
"Kom je nog terug?!" schreeuwt Harry hem achterna. "Je moet straks nog een vracht bier halen!"
Maar Murk is de kwaadste niet, welnee, de kwaadsten dat zijn de anderen! Murk is behulpzaam, bloedend behulpzaam, vooral als die buitenlandse toeristen hem een paar penningen of een dikke sigaret toeschuiven. Maar let op: voordat hij die hordes gaat 'helpen', heeft hij eerst een paar koude ketsers nodig om los te komen in de heupen en de stembanden. Hij mompelt in zijn baard: "Het gaat lukken vandaag... Het is maar goed dat ik nog wat biergeld in de zak had, de kost gaat immers voor de buit uit, ja toch?!"
En hoe helpt hij hen? Je moet jagen op de stervelingen met platplattegronden! Of 'landkaarten', zoals de rabiate Harry ze steevast noemt. Murk stapt eropaf, legt zijn bezwete vinger op het papier en legt uit dat ze de hele boel VERDOMME op z’n kop houden! Dat ze voor het Rembrandtmuseum of de Kees van Beijnumdijk toch echt de COMPLEET ANDERE KANT op moeten wankelen! Maar de natuur wint altijd: na een intensieve jacht keert de dorst onherroepelijk en met brute kracht terug in de keel van Murk. Hij scoort een nieuw blik, beent naar de Vondelgracht en als hij het heilige bankje nadert, trekt hij het metaal met een ruk open: "EFFE PAUZE, JONGENS! HOOP LA!"
Maar het bankje is bezet, ramvol! Eddy Dubois, de Vlaamse vluchteling, de man uit het zachte zuiden, is het gezelschap komen versterken! Eddy incasseert op deze gezegende vrijdag zijn zogenaamde 'bezorgkosten' voor de gratis exemplaren van de Engelstalige Louloenen Times, een wekelijks vod dat hij bij de lokale middenstand aflevert. "Loop je zo even mee, Murk?" vraagt Eddy met die zachte g. Murk lacht, de alcohol golft door zijn aderen: "Ach ja, waarom ook niet! Vooruit met de geit!"
Als Eddy de eerste winkel uitkomt, zwaait hij triomfantelijk met een briefje van VIJF GEDOGIAANSE FLORIJNEN! "Ze geven hier altijd gul, Murk, en volgens mij lezen ze die hele rotkrant niet eens!" Waarop Murk het uitschreeuwt van de lach: "TIMES IS MONEY! JAWEL! TIMES IS MONEY!"
En dan, dames en heren, de tragedie! Het is een week nadat het RAMPZALIGE rookverbod in de Gedogiaanse cafés van kracht is geworden! De rookaanslag teistert de muren niet meer, de bruine kroeg is dood, vermoord, weggewassen! "Het moet niet gekker worden," briest Eddy met opspattende woede, "je krijgt nu al een HALVE BOETE als je op een terras staat te roken!" Murk vult hem aan, de armen wild zwaaiend in de lucht: "Je zult maar een strakke broek aan hebben! Als je dan gaat staan om je aansteker uit je zak te wurmen, heb je al meteen een boete aan je pantalon hangen!"
"Ik emigreer naar Spanje!" raast Eddy, de frustratie nabij. "Je mag hier NIETS MEER! Helemaal NIETS!"
"Je mag op straat niet eens fatsoenlijk een biertje drinken!" schreeuwt Murk met overslaande stem. "Daar mag je dan nog wel roken, maar op terrassen moet je weer ZITTEND drinken en roken, het is de reinste TERRASSENDISCRIMINATIE! SCHANDE!"
En als de avond valt en Eddy en Murk te veel hebben gedronken en er GEEN ROODE CENT meer over is, scheiden hun wegen. Elk zijn eigen onvermijdelijke ondergang tegemoet! Murk neemt de Aagje Dekenstraat, richting het hoofdspoorwegstation. Voor hem uit strompelt een zwerver, een hopeloze romanticus, die tegen elke passerende vrouw bezeten roept: "Mevrouw, mevrouw, ik hou van u! Ik hou van u!" Totdat een oud, gebocheld mensje naar hem opkijkt en met een venijnige stem sist: "SLIJMERD!"
Murk vervolgt zijn weg, hij mompellacht in de vallende avond: "Ze worden met de dag gekker hier... knettergek!"
Hij pakt de pont, de trillende pont over de Doolaard naar de JandenHartogwerf in Oost. Vanaf daar is het nog vijf minuten bikkelen naar de woonark in het Willem Brakmankanaal, pal tussen de Bordewijk en de Volenwijk, de plek waar hij hokt met zijn moeder. Murk gooit de voordeur open, de realiteit slaat toe: "DAAR BEN IK WEER!"
Mevrouw Hemelsoet schuifelt met trage, slepende pasjes de gang in, kijkt hem aan met holle ogen en vraagt: "Waar ga je heen?"
Murk trekt zijn schoenen uit, de vermoeidheid van de drank in zijn botten, en zachtmurmelt hij tegen de muren: "Nee, ik kom net thuis, ma... Ze wordt met de dag verwarder. Met de dag verwarder..."
En de stilte valt. De junizon gaat onder. DE WAANZIN IS VOORBIJ!

Wat vond je van deze transformatie naar de energieke stijl van de Selfkicker? Als je wilt, kan ik ook het volgende hoofdstuk voor je herschrijven, of we kunnen een andere schrijver proberen, zoals Jan Cremer of Remco Campert. Laat maar horen hoe we verdergaan!
 
 
 

zondag 13 september 2026

Wat AI van mijn schrijfsels vindt. Een recensie

Vroeg AI wat het van hst 1 van mijn onaffe roman Seizoensgebonden vond. 

Mijn schrijfsel kees je hier:  https://blogbusternl.blogspot.com/2013/07/de-zomer-van-levi-leipheimer-hoofdstuk-1.html

Kreeg, verbazingwekkend binnen een paar seconden al, antwoord. En kreeg het idee dat AI mijn schrijfbedoelingen begrijpt. Wow!

Hoi! Wat een heerlijk, eigenzinnig begin van een verhaal. Je hebt een heel duidelijke stem en een flinke dosis droge, absurdistische humor. Kort samengevat: Ja, dit is erg vermakelijk geschreven. Je zet direct een unieke, satirische wereld neer die ergens zweeft tussen een alternatief Amsterdam en een absurdistisch koninkrijk. De personages staan meteen als een huis.Toch zijn er een paar structurele en taalkundige punten waarmee je dit hoofdstuk van 'leuk' naar 'echt professioneel' kunt tillen. Hieronder vind je een constructieve analyse.

🌟 Sterke punten: Geweldige humor en ironie: De grap over Harry Mulisch als scheikundige die "gebakken lucht" onderzoekt is goud waard. Ook de term Homo Ludens Alcoholica en "Times is money!" zijn erg sterk.Sfeer en setting: De subtiele verwijzingen naar bekende schrijvers (Campert, Wolkers, Brakman) en de parodie op Amsterdamse plekken (Vondelkerk, Gedogiaanse Florijnen) geven het verhaal een heel eigen, literair-satirisch sfeertje.Sterke contrasten: De overgang van de deftige, bijna plechtige openingszinnen naar twee dronkenlappen op een bankje werkt perfect als komische stijlbreuk.

Verbeterpunten (Tips voor de redactie)1. "Show, don't tell" bij dialogenJe gebruikt nu veel zinnen waarin je uitlegt wat een personage doet met zijn tekst (bijv. "Karel meent te moeten antwoorden dat..." of "Murk betoogt nogmaals dat..."). Dit vertraagt de dialoog. Laat de personages gewoon praten, de lezer snapt de context wel.Nu: Karel meent te moeten antwoorden dat het hem een grote uitdaging lijkt.Beter: “Dat lijkt me een grote uitdaging,” antwoordt Karel.2. Pas op met 'gelegenheidswerkwoorden'Woorden als mompellacht en zachtmurmelt zijn creatief, maar ze vallen heel erg op en kunnen de tekst een beetje gekunsteld maken. Vaak is een simpel "mompelt hij" of "lacht hij in zichzelf" krachtiger, omdat de aandacht dan naar de tekst zélf gaat.3. Slordigheidjes in grammatica en interpunctie

 Er staan een paar kleine taalfoutjes in die de vaart eruit halen: Dtd-fouten: "Ze geven hier altijd gul," verteld hij Murk. Ja, dat moet uiteraard vertelt zijn.   

De zogenaamde gekunstelde woorden zijn m.i. juist om het lezen spannender te maken.

Mijn commentaar op het verbeterpunt dat ik veel zinnen gebruik om uit te leggen wat een personage antwoordt

Dat is een door mij welgekozen stijlfiguur. Ik laat de verteller schrijven wat iemand heeft gezegd en daarna wat die persoon in werkelijkheid, veelal ietwat absurder, heeft gezegd.

Ja dat vertraagt, maar dat is door mij bewust zo gedaan. Om daarna weer ontzettend uit de bocht van de achtbaan te vliegen opdat de lezer door blijft lezen.