I
Wat vooraf
ging
Als tweejarige heb ik met een dubbele longontsteking in het ziekenhuis gelegen.
Ruim een jaar later nogmaals, die keer voor mijn amandelen.
Dit was de eerste keer dat ik onder volledige narcose was.
Daarna ben ik tot 2026
maar een keer patiënt in een ziekenhuis geweest. Tijdelijk.
In 1993 toen ik met vers fruit, sap en een fles Jack Daniels van mijn huis in het centrum van Amsterdam naar Ruigoord waar ik mijn tentje had staan in verband met het zomerfeest Landjuweel reed, brak een van de schouderbanden van mijn rugzak en zwiepte de tas tussen het voorwiel van mijn racefiets.
Ik kon nog net een aanrijding met een fietser die ik juist inhaalde vermijden en belandde onzacht op het asfalt van de Weteringschans. Juist voor de deur van een herenkledingzaak.
Een verkoper rende naar buiten en in formeerde of hij een ambulance moest bellen.
Nou, als hij vond dat het er ernstig genoeg uitzag... Graag!
Zo belande ik in een ziekenauto. Ik kon alle testvragen over mijn naam, geboortedatum en welke dag het was vlot beantwoorden.
Korte tijd later lag ik op een brancard in een kamer op de spoedeisende hulp van het VU academisch ziekenhuis.
Na een tijdje begon ik me af te vragen of ze me vergeten waren, maar bedacht dat ze vast druk bezig waren met patiënten die er ernstiger aan toe waren.
Daarna werd ik naar een andere ruimte gebracht voor een hersenscan.
Er leek niet zoveel aan de hand te zijn. Ik had hersens en die waren 'shaken not 'stirred'. Ik mocht elders in het
ziekenhuis mijn zwager bellen om opgehaald te worden en at in
afwachting wat fruit. Altijd handig je eigen fruit bij je te hebben
als je onverhoopt in het ziekenhuis belandt.
Ik had een kaartje
meegekregen met het advies om om het uur wakker gemaakt te worden om
de mogelijkheid dat er toch sprake was van een hersenschudding uit te
sluiten.
Bij zus en zwager was dat
niet mogelijk. In mijn eigen huis zou ik waarschijnlijk in een lange
rustgevende slaap vallen, dus het leek me het beste mij naar mijn
tent in Ruig
oord te laten brengen.
Die nacht lag ik in mijn
tent naar de mensen die het feest van het leven vierden te luisteren.
De volgende dag was ik
gelukkig opgeknapt en was ik op een paar verwondingen in mijn gezicht
na weer de oude.
Een paar dagen later
haalde ik nog een tetanusprik bij mijn huisarts tegen eventuele
infecties die ik bij mijn val op straat had opgelopen.
II
Eind april 2021 werd ik opnieuw patiënt. Bij het boodschappen in buurtsuper DIRK werd ik plotseling niet goed. Ik zette de tas met zojuist aangeschafte etenswaren op de inpakbalie en bracht mijn boodschappenwagentje terug en zakte ineen.
Gelukkig raakte ik met mijn hoofd de ronde metalen balk niet die daar ter voorkoming van beschadigingen aan de glazen pui was aangebracht.
Het was midden in de Coronatijd. Er stonden tientallen klanten en winkelmedewerkers met gezichtsmaskers over me heen gebogen.
Ik kreeg de vraag of er een ziekenauto besteld moest worden.
Dat leek me niet nodig. Er was iemand die aanbood me overeind te helpen. Dat leek me ook geen goed idee. Als ik opnieuw zou vallen, raakte ik wellicht die metalen balk alsnog.
Later liet ik me helpen.
Werd naar de overkant van de straat gebracht en na even te hebben
gerust, ben ik naar een huisartspost op de Wittenkade gelopen en
gevraagd of er misschien een arts naar mijn conditie kon kijken. Ik
bleek een ietwat lage bloeddruk te hebben. Met mijn hart en longen
was niks mis.
Ik had nog geen huisarts in Amsterdam-West. Al decennia niet nodig gehad. De hulp van de arts, die ik in Noord had, was alleen nodig geweest voor mijn moeder wiens mantelzorger ik was.
Ik kon helaas geen cliënt worden bij die huisartspost. Ze hadden er al teveel.
Vond gelukkig snel een huisartspost waar ik wel terecht kon.
Bij die huisartspost werd
geconstateerd dat ik een te hoge bloeddruk had. Daar heb ik al 5 jaar
medicijnen voor.
Heb daarna nog een paar keer te maken gehad met de huisartspost op de Wittenkade.
Een keer was daar een pakje voor mij bezorgd. Toevalligerwijze hebben zij hetzelfde huisnummer. Kreeg een keurig briefje in mijn bus. Dus kon ik het zo ophalen.
Een tijdje later zou er een CV-monteur namens mijn woningbouwbedrijf komen.
Hij belde me op met de vraag waar ik woonde. Hij zag alleen de nummers 60 en 62.
Na een tijdje begreep hij dat hij aan de oneven kant van de straat moest zijn,
''Oh, dan moet ik dus aan de overkant zijn''.
Even later belde hij opnieuw. ''Er is hier een huisartspost. Woont u daar?''.
Ik begreep dat hij op de Wittenkade stond.
Toen hij eindelijk op mijn adres arriveerde bleek dat de opdracht die hij had meegekregen al eerder door een collega was uitgevoerd.
III
Tussen 2021 en 2026 werd ik door mijn huisarts regelmatig naar een prikpost verwezen om mijn bloed te controleren.
Als de uitslag dan b innen was googelde ik die, constateerde dat de stoffen in mijn bloed onder de kritische grens lagen. Een bezoek aan mijn huisarts een paar dagen later bevestigde dat.
Ook kreeg ik een aantal CT-scans. Van mijn longen en lagere organen.
En later een longtest. Ik dacht dat ik het er slecht vanaf had gebracht. Maar de specialist waar ik later een gesprek mee had zei dat ik voor een (toen) zestigjarige uitstekende longen had. Heb nog gevraagd of dat ondanks mijn slechte gewoonten, decennia roken e.d. was. Nee, dat was niet van invloed op de uitslag. Meer door mijn obesitas.
Ik had bij de huisartspost regelmatig gesprekken met een voedingsspecialist. Volgens hem was er weinig mis met mijn voedingspatroon. IV
Eind 2025 brak er een nieuwe periode aan. Eerst liep ik een vervelende spierscheuring in mijn lies op. De huisarts constateerde dat het gelukkig geen liesbreuk was en schreef me een pijnstillende gel voor die bij de eerste keer dat ik die gebruikte direct werkzaam was.
Een paar wegen later had ik een nieuwe afspraak waarbij de toestand van mijn voeten werd onderzocht. De huisarts verwees me naar een podotherapeut. Thuis maakte ik direct een afspraak, helaas pas voor begin februari.
Verrassend genoeg bevond de podotherapie zich in hetzelfde pand aan de Wittenkade waar ik eerder een huisarts had bezocht.De laatste keer dat ik een middag bijwoonde van schrijfcollectief Kantlijn (kantlijn.org) waar ik vrijwilliger ben bezocht was maandagmiddag de 15e december 2025 in buurtcentrum de Horizon in de Spaarndammerbuurt. Er was een stuk van een van de schrijvers, JB, in de Z! Krant geplaatst. De 'daklozenkrant' die in Amsterdam voor veel supermarkten wordt verkocht. Ik gaf hem de vergoeding voor de plaatsing en het exemplaar van de Z!
Een week later kreeg ik het ontstellende bericht dat hij was overleden.
Kantlijn.org: U kunt meeschrijven op maandag, woensdag en vrijdag tussen 14.00 en 16.00 uur. In respectievelijk Buurtcentrum de Horizon, Hembrugstraat 156, in Amsterdam-West, Buurthuis van der Pek, Heimansweg 33, in Amsterdam-Noord en het filiaal van bibliotheek OBA, Javaplein 2, in Amsterdam-Oost.
Kantlijn
V
Begin 2026 ging het helemaal mis.
Ik was in januari en 2 februari niet in staat om de schrijfsessies van Kantlijn in West bij te wonen. En het lukte mij ook niet de sessies in Noord en Oost ook weer eens te bezoeken.
Mijn
rechtervoet begon half januari op te zwellen. In die mate dat ik mijn
nieuwe schoenen niet meer aankreeg en terug moest vallen op mijn
oude, afgetrapte schoenen, die ik slechts met veel moeite aan kon
trekken om een bezoek aan de buurtsuper te kunnen brengen.
Ik bestelde
online sandalen met klittenband. Maar na bezorging bleek het
klittenband nauwelijks over mijn altijd al dikke, hoge wreef van mijn
rechtervoet te sluiten.
Vrijdag 16 januari had ik een tandartsafspraak voor het plaatsen van een kroon.
Maar toen ik ruim op tijd van huis vertrok en tien meter naar rechts liep, verloor ik beide sandalen al en moest ik ter onverrichter zake op mijn sokken terug naar huis keren en mijn tandarts melden dat ik niet in staat was mijn afspraak na te komen.
Ik had geen
pijn aan mijn rechtervoet en zag geen reden om contact met mijn
huisarts op te nemen. Het leek mij voldoende op 3 februari de
podotherapeut te bezoeken. Van haar te horen wat er met mijn voet aan
de hand was en dan een paar dagen later, bij een bezoek aan de
huisarts, haar mening te vernemen over het door de podotherapeut
uitgebrachte reportage.
VI
Dinsdagochtend 3 februari ging ik op tijd op weg naar de praktijk van de podotherapeut. Ik was er veel te vroeg, maar mevrouw S, was al beschikbaar.
Zij schrok van de aanblik van mijn voet, nam direct contact op met mijn huisarts en deelde mee dat ik wellicht gelijk daarna naar een ziekenhuis zou moeten gaan.Op weg naar
huis ging ik nog even langs de buurtsuper om de hoek voor wat vers
fruit en groente. Ik had een afspraak om 10.30 uur bij de
huisartspost. Thuis tijd genoeg om wat kleren bij elkaar te pakken om
voorbereid te zijn voor een eventuele ziekenhuisopname.
Maar op weg
naar huis, op de Wittenkade, aan de zijkant van de Koperen Knoop, het
huis van de wijk,
zakte ik plots door mijn knieën.
koperenknoop.nl
Klaarblijkelijk
had een van de bewoners dit gezien, want een kleine tien minuten
later reed er een ambulance voor.
Ik werd naar
het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam-West vervoerd en zo begon de eerste
periode sinds mijn derde dat ik langere tijd in een ziekenhuis zou
doorbrengen. Zonder meegebrachte kleding. Zonder oplader voor mijn
mobiel, nauwelijks de mogelijkheid de buitenwereld op de hoogte te
stellen van de locatie waar ik me bevond. Ik kon nog net mijn zus
bellen.
Het
ziekenhuis meldde mijn toestand aan de huisarts.
Er werden
foto's en een scan van mijn voet gemaakt. In alle hectiek meende ik
te begrijpen dat ik de volgende dag geopereerd zou worden. 's Avonds
kreeg ik bezoek van mijn zus.
Woensdag de
4e werd ik niet geopereerd, maar in een ziekenauto naar het OLVG-Oost
vervoerd.
Daar kreeg
ik in eerste instantie te horen dat ik in verband met een operatie te
horen dat ik zelfs geen water mocht. Later werd dat gebod
ingetrokken. De operatie zou de volgende dag plaatsvinden dus hoefde
ik pas na middernacht nuchter te zijn.
Donderdag de 5e. Rond 10.30 uur werd ik met bed en al naar de operatiezaal gebracht. Na een korte tijd in een wachtruimte werd ik plaatselijk verdoofd, op een brancard gelegd en werden er allerlei pleisters aangebracht om mijn lichaamsfuncties te kunnen meten.
Ik lag met gespreide armen naar de monitoren te kijken. Dat bovenste cijfer zou mijn hartslag wel zijn. Aan de gedragingen van de operatiemedewerkers te merken waren alle cijfers in orde. Ik hoorde ik
een motorzaag. Het geluid ging door 'merg en teen'. Dat zullen de
drie kleinste tenen van mijn rechtervoet wel geweest zijn.
Daarna kreeg
ik in de tussenruimte een waterijsje, een raketje en werd ik terug
naar de afdeling gebracht.
Ter compensatie van hetgeen mij was overkomen kwam mijn gevoel voor zwarte humor tot ontwikkeling. Ik had de operatiemedewerkers na de operatie al gevraagd of ik wellicht een 'Doggybag' mee kon krijgen.
Later terug op de afdeling: ''Hoeveel tenen steek ik op?''. Bedacht dat ik de cursus 'voetschilderen' wel van mijn 'Bucketlist' kon schrappen en nam me voor mijn zus, dierenartsassistente, later te vragen ''Hoeveel tenen een kievit heeft'.
Dan kon ik later, als ik voor een mens ietwat vreemd zou lopen, altijd beweren dat ik 'als een kievit' liep.
Was op tijd
terug op de afdeling voor het middagmaal.
Het eten en
de verzorging in het OLVG is werkelijk geweldig. Het ontbijt op bed
is weliswaar ietwat aan de late kant, rond 8.30 uur, terwijl ik thuis
rond zes uur ontbijt, maar ik kan voor die tijd met het vanuit bed
bedienbare lichtknopje al een paar uur rustig schrijven.
Drie keer
per dag werd mijn bloeddruk, het zuurstofgehalte in mijn bloed en
lichaamstemperatuur gemeten. Elke keer in orde volgens de
verpleegkundigen en artsen.
Niet gewend
aan de heersende mores in een ziekenhuis ben ik tot twee keer toe
'ondeugend' geweest. Heb ik mezelf 's morgens losgemaakt van de paal
met mijn infusen teneinde zelfstandig naar het toilet te kunnen gaan.
Ik had een alarmknop om een verpleegkundige te roepen, maar dacht dat
die het wel te druk zouden hebben met ernstigere zaken. Dat was vrij
onverstandig. Het resulteerde onbedoeld in een geweldige rotzooi.
Vrijdag de 6e zag ik zelf voor het eerst de ravage die een dag eerder in de operatiezaal aan mijn voet was aangericht bij het afzetten van mijn tenen.
Stelletje afzetters!
Gelukkig
werd ik na een paar dagen van de inmiddels overbodig geworden infusen
losgekoppeld en kon ik op elk moment naar de WC.
Mijn zus
bezocht me regelmatig, bezorgde me tijdschriften, een puzzelboekje
een oplader voor mijn mobiel, schriften en pennen en de noodzakelijke
kleding.
Het wetenschappelijke blad Quest, dat ik eerder al een paar keer had gelezen, bevatte interessante artikelen op het gebied van de gezondheidszorg.
Over pijnbestrijding door middel van muziek. Had eerder al gehoord dat medische studenten op muziekfestival daar testen mee hadden gedaan met vrijwilligers. Deze moesten hun hand in ijskoud water steken tot de pijn ondraaglijk werd. En daarna dezelfde test, maar dan met de favoriete muziek van de testpersoon. In het laatste geval bleek de pijn langer te verdragen te zijn.
Een ander artikel handelde over een Chinees onderzoek van gezichtsscans waarmee hartkwalen en dergelijke voortijdig konden worden geconstateerd.
Het artikel over foto's van jezelf waarmee je met behulp van kunstmatige intelligentie een jeugdigere versie kon generen waardoor er herinneringen uit die tijd in je brein zouden opdoemen leek me wel iets om later thuis te proberen.
Te gebruiken voor de te schrijven autobiografie waar ik in het ziekenhuis ook mee begonnen was.
VII
Vrijdag 5
januari werd ik naar de gipskamer gebracht voor het aamneten van
aangepast schoeisel. Ik kreeg een rechterschoen. Een week later de
linker.
Die week
liep ik op een aangepaste en een normale schoen een stukje door de
gang en mocht ik een paar treden van een trap nemen. Helaas
verhinderde de infuuspaal die ik hierbij mee moest nemen het nemen
van meer hindernissen.
Vrijdagmiddag
kreeg ik bezoek van K. en Z. van Kantlijn, het schrijverscollectief
waar ik vrijwilliger ben.
K. is degene
die namens Kantlijn degene die contact houdt met de Z! De Amsterdamse
straatkrant waar stukken van ons collectief in worden geplaatst en de
coördinatrice van Kantlijn. Behalve de nodige verstrooiing, een
Z! krant
Zaterdag de
7e kreeg ik bezoek van goede vriend R. uit Friesland. Jaren niet
gezien. Wat je allemaal niet moet doen om elkaar weer eens te
ontmoeten.
Hij had een
smartphone meegebracht. Had nog nooit een dergelijk toestel gehad.
Denk zelf wel na en dacht altijd dat je daar weer een apart
abonnement bij moest nemen. Dat leek me overbodig. Ben vrijwel altijd
thuis online bereikbaar via mijn computer/laptop. Aan een dommobiel
om inlogcodes te ontvangen of afspraken te bevestigen of ter
onverrichter zake te moeten afzeggen leek me voldoende. De smartphone
heb ik nog steeds niet onder de knie. Siri begrijpt me niet.
Op zondag
bleek mijn dommobiel onbruikbaar. Kreeg een melding over het
ontbreken van een simkaart. R. had zaterdag iets gedaan met de
simkaarten van de telefoons. Thuisgekomen twee weken later heb ik
online een simkaart besteld,
maar het is
me nog niet gelukt die op de juiste wijze in te brengen. Ik ben erg
onhandig in dat soort zaken. De filmpjes die ik op YouTube heb
bekeken gaan allemaal over smartphones. Gelukkig kan ik thuis bijna
iedereen via E-mail bereiken.
VIII
Week twee.
Maandag en woensdag kreeg ik de hik en constateerde dat er nog steeds
geen remedie is om dat euvel te verhelpen. Iets dat mijn zus een paar
decennia eerder al eens in een ziekenhuis had ondervonden.
Dinsdag werd
ik voor de tweede keer in mijn leven onder volledige narcose
gebracht. De vorige keer was de behandeling aan mijn amandelen toen
ik drie jaar was. Er werd een stuk vel uit mijn dijbeen verwijderd om
het gemis van mijn drie kleine tenen te compenseren.
Ik zag erg
tegen de narcose op. Ben in mijn leven verder nog nooit buiten
bewustzijn geweest. Maar het viel alleszins mee. Ik was die middag al
ietwat slaperig en werd na de operatie heerlijk uitgerust wakker. En
het perenijsje dat ik daarna kreeg was een welkome traktatie.
Vond het wel
vervelend dat ze een stuk vel uit mijn rechterbeen hadden gebruikt.
Ik vond dat mijn linkerbeen ook wel eens aan de beurt was. Mijn
rechter was al genoeg geteisterd door het scheurtje in de spier in
mijn lies en de operatie van mijn voet.
Ruim een
week lang was mijn rechterbeen felroze. Ik had er zo als flamingo mee
naar het carnaval kunnen gaan.
En vrijdag
de dertiende mocht ik weer naar de gipskamer voor een tweede
aangepaste schoen.
IX
Week drie.
Dinsdag 17 februari moest ik nogmaals naar de operatiezaal om daar
onder plaatselijke verdoving aan mijn voet behandelt te worden. Een
kleine ingreep om wat stukjes teen te verwijderen.
De laatste
twee weken in het ziekenhuis had ik geen pijn. Hooguit 2 op een
schaal van 1 tot 10 als een verpleegkundige mijn voet schoonmaakte en
opnieuw verbond.
Woensdag
overkwam me iets grappigs. Er werd een apparaat op min bed geplaatst
en twee verpleegkundigen legden hun oor ter hoogte van mijn voet te
luisteren. Tenenluisteraars?
Een dag
later, in de gipskamer, werd het raadsel opgelost. Het apparaat zond
een toon uit waarmee op afstand geluisterd kon worden naar echo's in
de stroming van mijn bloed met behulp van het dopplereffect.
Hoewel de
wond nog niet volledig was geheeld mocht ik donderdag gelukkig wel
douchen. En kreeg het bericht dat ik vrijdag naar huis mocht.
Kon de hele
week al zelfstandig, met een rolstoel weliswaar, naar het toilet.
's Middags
maakte ik ritjes met de rolstoel door de gang.
Na het
avondeten maakte ik nog een rolstoelritje door de gang. Ik had een
frisdrankautomaat gezien en kreeg ineens zin in een Cola Zero. Het
zou de eerste keer deze eeuw worden dat ik Coca Cola dronk.
Ik kwam terug bij de zaal waar 'mijn' bed zich placht te bevinden. Geen bed.
De aanwezigen hielpen me uit de droom. Ik had de verkeerde afslag genomen en was in de verkeerde vleugel beland.
Werd de juiste weg gewezen en kwam weer op de goede zaal. Daar zette een dame van de catering net een glas citroensap op mijn bijzettafeltje. Met ijs. Erg welkom om later in mijn cola te gebruiken.
Aan het eind
van de vrijdagmorgen mocht ik naar huis. Ondersteund door een
verpleegkundige naar een taxi en daar ondersteund door de chauffeur
weer naar mijn eigen appartement.