donderdag 5 maart 2026

Patiënt in opleiding

I

Wat vooraf ging


Als tweejarige heb ik met een dubbele longontsteking in het ziekenhuis gelegen.
Ruim een jaar later nogmaals, die keer voor mijn amandelen.
Dit was de eerste keer dat ik onder volledige narcose was.

Daarna ben ik tot 2026 maar een keer patiënt in een ziekenhuis geweest. Tijdelijk.


In 1993 toen ik met vers fruit, sap en een fles Jack Daniels van mijn huis in het centrum van Amsterdam naar Ruigoord waar ik mijn tentje had staan in verband met het zomerfeest Landjuweel reed, brak een van de schouderbanden van mijn rugzak en zwiepte de tas tussen het voorwiel van mijn racefiets.
Ik kon nog net een aanrijding met een fietser die ik juist inhaalde vermijden en belandde onzacht op het asfalt van de Weteringschans. Juist voor de deur van een herenkledingzaak.
Een verkoper rende naar buiten en in formeerde of hij een ambulance moest bellen.
Nou, als hij vond dat het er ernstig genoeg uitzag... Graag!
Zo belande ik in een ziekenauto. Ik kon alle testvragen over mijn naam, geboortedatum en welke dag het was vlot beantwoorden.
Korte tijd later lag ik op een brancard in een kamer op de spoedeisende hulp van het VU academisch ziekenhuis.
Na een tijdje begon ik me af te vragen of ze me vergeten waren, maar bedacht dat ze vast druk bezig waren met patiënten die er ernstiger aan toe waren.

Daarna werd ik naar een andere ruimte gebracht voor een hersenscan.
Er leek niet zoveel aan de hand te zijn. Ik had hersens en die waren 'shaken not 'stirred'.

Ik mocht elders in het ziekenhuis mijn zwager bellen om opgehaald te worden en at in afwachting wat fruit. Altijd handig je eigen fruit bij je te hebben als je onverhoopt in het ziekenhuis belandt.

Ik had een kaartje meegekregen met het advies om om het uur wakker gemaakt te worden om de mogelijkheid dat er toch sprake was van een hersenschudding uit te sluiten.

Bij zus en zwager was dat niet mogelijk. In mijn eigen huis zou ik waarschijnlijk in een lange rustgevende slaap vallen, dus het leek me het beste mij naar mijn tent in Ruig
oord te laten brengen.

Die nacht lag ik in mijn tent naar de mensen die het feest van het leven vierden te luisteren.

De volgende dag was ik gelukkig opgeknapt en was ik op een paar verwondingen in mijn gezicht na weer de oude. 

Een paar dagen later haalde ik nog een tetanusprik bij mijn huisarts tegen eventuele infecties die ik bij mijn val op straat had opgelopen.


II

Eind april 2021 werd ik opnieuw patiënt. Bij het boodschappen in buurtsuper DIRK werd ik plotseling niet goed. Ik zette de tas met zojuist aangeschafte etenswaren op de inpakbalie en bracht mijn boodschappenwagentje terug en zakte ineen.
Gelukkig raakte ik met mijn hoofd de ronde metalen balk niet die daar ter voorkoming van beschadigingen aan de glazen pui was aangebracht.

Het was midden in de Coronatijd. Er stonden tientallen klanten en winkelmedewerkers met gezichtsmaskers over me heen gebogen.
Ik kreeg de vraag of er een ziekenauto besteld moest worden.
Dat leek me niet nodig. Er was iemand die aanbood me overeind te helpen. Dat leek me ook geen goed idee. Als ik opnieuw zou vallen, raakte ik wellicht die metalen balk alsnog.

Later liet ik me helpen. Werd naar de overkant van de straat gebracht en na even te hebben gerust, ben ik naar een huisartspost op de Wittenkade gelopen en gevraagd of er misschien een arts naar mijn conditie kon kijken. Ik bleek een ietwat lage bloeddruk te hebben. Met mijn hart en longen was niks mis.


Ik had nog geen huisarts in Amsterdam-West. Al decennia niet nodig gehad. De hulp van de arts, die ik in Noord had, was alleen nodig geweest voor mijn moeder wiens mantelzorger ik was.
Ik kon helaas geen cliënt worden bij die huisartspost. Ze hadden er al teveel.

Vond gelukkig snel een huisartspost waar ik wel terecht kon.

Bij die huisartspost werd geconstateerd dat ik een te hoge bloeddruk had. Daar heb ik al 5 jaar medicijnen voor.


Heb daarna nog een paar keer te maken gehad met de huisartspost op de Wittenkade.
Een keer was daar een pakje voor mij bezorgd. Toevalligerwijze hebben zij hetzelfde huisnummer. Kreeg een keurig briefje in mijn bus. Dus kon ik het zo ophalen.
Een tijdje later zou er een CV-monteur namens mijn woningbouwbedrijf komen.
Hij belde me op met de vraag waar ik woonde. Hij zag alleen de nummers 60 en 62.
Na een tijdje begreep hij dat hij aan de oneven kant van de straat moest zijn,
''Oh, dan moet ik dus aan de overkant zijn''.
Even later belde hij opnieuw. ''Er is hier een huisartspost. Woont u daar?''.
Ik begreep dat hij op de Wittenkade stond.
Toen hij eindelijk op mijn adres arriveerde bleek dat de opdracht die hij had meegekregen al eerder door een collega was uitgevoerd.

III


Tussen 2021 en 2026 werd ik door mijn huisarts regelmatig naar een prikpost verwezen om mijn bloed te controleren.
Als de uitslag dan b innen was googelde ik die, constateerde dat de stoffen in mijn bloed onder de kritische grens lagen. Een bezoek aan mijn huisarts een paar dagen later bevestigde dat.
Ook kreeg ik een aantal CT-scans. Van mijn longen en lagere organen.
En later een longtest. Ik dacht dat ik het er slecht vanaf had gebracht. Maar de specialist waar ik later een gesprek mee had zei dat ik voor een (toen) zestigjarige uitstekende longen had. Heb nog gevraagd of dat ondanks mijn slechte gewoonten, decennia roken e.d. was. Nee, dat was niet van invloed op de uitslag. Meer door mijn obesitas.

Ik had bij de huisartspost regelmatig gesprekken met een voedingsspecialist. Volgens hem was er weinig mis met mijn voedingspatroon.


IV

Eind 2025 brak er een nieuwe periode aan. Eerst liep ik een vervelende spierscheuring in mijn lies op. De huisarts constateerde dat het gelukkig geen liesbreuk was en schreef me een pijnstillende gel voor die bij de eerste keer dat ik die gebruikte direct werkzaam was.

Een paar wegen later had ik een nieuwe afspraak waarbij de toestand van mijn voeten werd onderzocht. De huisarts verwees me naar een podotherapeut. Thuis maakte ik direct een afspraak, helaas pas voor begin februari.

Verrassend genoeg bevond de podotherapie zich in hetzelfde pand aan de Wittenkade waar ik eerder een huisarts had bezocht.


De laatste keer dat ik een middag bijwoonde van schrijfcollectief Kantlijn (kantlijn.org) waar ik vrijwilliger ben bezocht was maandagmiddag de 15e december 2025 in buurtcentrum de Horizon in de Spaarndammerbuurt. Er was een stuk van een van de schrijvers, JB, in de Z! Krant geplaatst. De 'daklozenkrant' die in Amsterdam voor veel supermarkten wordt verkocht. Ik gaf hem de vergoeding voor de plaatsing en het exemplaar van de Z!

Een week later kreeg ik het ontstellende bericht dat hij was overleden.



Kantlijn.org: U kunt meeschrijven op maandag, woensdag en vrijdag tussen 14.00 en 16.00 uur. In respectievelijk Buurtcentrum de Horizon, Hembrugstraat 156, in Amsterdam-West, Buurthuis van der Pek, Heimansweg 33, in Amsterdam-Noord en het filiaal van bibliotheek OBA, Javaplein 2, in Amsterdam-Oost.

 Kantlijn 

 

V


Begin 2026 ging het helemaal mis.

Ik was in januari en 2 februari niet in staat om de schrijfsessies van Kantlijn in West bij te wonen. En het lukte mij ook niet de sessies in Noord en Oost ook weer eens te bezoeken.

Mijn rechtervoet begon half januari op te zwellen. In die mate dat ik mijn nieuwe schoenen niet meer aankreeg en terug moest vallen op mijn oude, afgetrapte schoenen, die ik slechts met veel moeite aan kon trekken om een bezoek aan de buurtsuper te kunnen brengen.

Ik bestelde online sandalen met klittenband. Maar na bezorging bleek het klittenband nauwelijks over mijn altijd al dikke, hoge wreef van mijn rechtervoet te sluiten.


Vrijdag 16 januari had ik een tandartsafspraak voor het plaatsen van een kroon.
Maar toen ik ruim op tijd van huis vertrok en tien meter naar rechts liep, verloor ik beide sandalen al en moest ik ter onverrichter zake op mijn sokken terug naar huis keren en mijn tandarts melden dat ik niet in staat was mijn afspraak na te komen.

Ik had geen pijn aan mijn rechtervoet en zag geen reden om contact met mijn huisarts op te nemen. Het leek mij voldoende op 3 februari de podotherapeut te bezoeken. Van haar te horen wat er met mijn voet aan de hand was en dan een paar dagen later, bij een bezoek aan de huisarts, haar mening te vernemen over het door de podotherapeut uitgebrachte reportage.

 

VI


Dinsdagochtend 3 februari ging ik op tijd op weg naar de praktijk van de podotherapeut. Ik was er veel te vroeg, maar mevrouw S, was al beschikbaar.
Zij schrok van de aanblik van mijn voet, nam direct contact op met mijn huisarts en deelde mee dat ik wellicht gelijk daarna naar een ziekenhuis zou moeten gaan.

Op weg naar huis ging ik nog even langs de buurtsuper om de hoek voor wat vers fruit en groente. Ik had een afspraak om 10.30 uur bij de huisartspost. Thuis tijd genoeg om wat kleren bij elkaar te pakken om voorbereid te zijn voor een eventuele ziekenhuisopname.

Maar op weg naar huis, op de Wittenkade, aan de zijkant van de Koperen Knoop, het huis van de wijk, zakte ik plots door mijn knieën.

  koperenknoop.nl 

Klaarblijkelijk had een van de bewoners dit gezien, want een kleine tien minuten later reed er een ambulance voor.

Ik werd naar het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam-West vervoerd en zo begon de eerste periode sinds mijn derde dat ik langere tijd in een ziekenhuis zou doorbrengen. Zonder meegebrachte kleding. Zonder oplader voor mijn mobiel, nauwelijks de mogelijkheid de buitenwereld op de hoogte te stellen van de locatie waar ik me bevond. Ik kon nog net mijn zus bellen.

Het ziekenhuis meldde mijn toestand aan de huisarts.

Er werden foto's en een scan van mijn voet gemaakt. In alle hectiek meende ik te begrijpen dat ik de volgende dag geopereerd zou worden. 's Avonds kreeg ik bezoek van mijn zus.

Woensdag de 4e werd ik niet geopereerd, maar in een ziekenauto naar het OLVG-Oost vervoerd.

Daar kreeg ik in eerste instantie te horen dat ik in verband met een operatie te horen dat ik zelfs geen water mocht. Later werd dat gebod ingetrokken. De operatie zou de volgende dag plaatsvinden dus hoefde ik pas na middernacht nuchter te zijn.

Donderdag de 5e. Rond 10.30 uur werd ik met bed en al naar de operatiezaal gebracht. Na een korte tijd in een wachtruimte werd ik plaatselijk verdoofd, op een brancard gelegd en werden er allerlei pleisters aangebracht om mijn lichaamsfuncties te kunnen meten.
Ik lag met gespreide armen naar de monitoren te kijken. Dat bovenste cijfer zou mijn hartslag wel zijn. Aan de gedragingen van de operatiemedewerkers te merken waren alle cijfers in orde.

Ik hoorde ik een motorzaag. Het geluid ging door 'merg en teen'. Dat zullen de drie kleinste tenen van mijn rechtervoet wel geweest zijn.

Daarna kreeg ik in de tussenruimte een waterijsje, een raketje en werd ik terug naar de afdeling gebracht.

Ter compensatie van hetgeen mij was overkomen kwam mijn gevoel voor zwarte humor tot ontwikkeling. Ik had de operatiemedewerkers na de operatie al gevraagd of ik wellicht een 'Doggybag' mee kon krijgen.
Later terug op de afdeling: ''Hoeveel tenen steek ik op?''. Bedacht dat ik de cursus 'voetschilderen' wel van mijn 'Bucketlist' kon schrappen en nam me voor mijn zus, dierenartsassistente, later te vragen ''Hoeveel tenen een kievit heeft'.
Dan kon ik later, als ik voor een mens ietwat vreemd zou lopen, altijd beweren dat ik 'als een kievit' liep.

Was op tijd terug op de afdeling voor het middagmaal.

Het eten en de verzorging in het OLVG is werkelijk geweldig. Het ontbijt op bed is weliswaar ietwat aan de late kant, rond 8.30 uur, terwijl ik thuis rond zes uur ontbijt, maar ik kan voor die tijd met het vanuit bed bedienbare lichtknopje al een paar uur rustig schrijven.

Drie keer per dag werd mijn bloeddruk, het zuurstofgehalte in mijn bloed en lichaamstemperatuur gemeten. Elke keer in orde volgens de verpleegkundigen en artsen.

Niet gewend aan de heersende mores in een ziekenhuis ben ik tot twee keer toe 'ondeugend' geweest. Heb ik mezelf 's morgens losgemaakt van de paal met mijn infusen teneinde zelfstandig naar het toilet te kunnen gaan. Ik had een alarmknop om een verpleegkundige te roepen, maar dacht dat die het wel te druk zouden hebben met ernstigere zaken. Dat was vrij onverstandig. Het resulteerde onbedoeld in een geweldige rotzooi.

Vrijdag de 6e zag ik zelf voor het eerst de ravage die een dag eerder in de operatiezaal aan mijn voet was aangericht bij het afzetten van mijn tenen.
Stelletje afzetters!

Gelukkig werd ik na een paar dagen van de inmiddels overbodig geworden infusen losgekoppeld en kon ik op elk moment naar de WC.

Mijn zus bezocht me regelmatig, bezorgde me tijdschriften, een puzzelboekje een oplader voor mijn mobiel, schriften en pennen en de noodzakelijke kleding.


Het wetenschappelijke blad Quest, dat ik eerder al een paar keer had gelezen, bevatte interessante artikelen op het gebied van de gezondheidszorg.
Over pijnbestrijding door middel van muziek. Had eerder al gehoord dat medische studenten op muziekfestival daar testen mee hadden gedaan met vrijwilligers. Deze moesten hun hand in ijskoud water steken tot de pijn ondraaglijk werd. En daarna dezelfde test, maar dan met de favoriete muziek van de testpersoon. In het laatste geval bleek de pijn langer te verdragen te zijn.
Een ander artikel handelde over een Chinees onderzoek van gezichtsscans waarmee hartkwalen en dergelijke voortijdig konden worden geconstateerd.
Het artikel over foto's van jezelf waarmee je met behulp van kunstmatige intelligentie een jeugdigere versie kon generen waardoor er herinneringen uit die tijd in je brein zouden opdoemen leek me wel iets om later thuis te proberen.
Te gebruiken voor de te schrijven autobiografie waar ik in het ziekenhuis ook mee begonnen was.


VII

Vrijdag 5 januari werd ik naar de gipskamer gebracht voor het aamneten van aangepast schoeisel. Ik kreeg een rechterschoen. Een week later de linker.

Die week liep ik op een aangepaste en een normale schoen een stukje door de gang en mocht ik een paar treden van een trap nemen. Helaas verhinderde de infuuspaal die ik hierbij mee moest nemen het nemen van meer hindernissen.

Vrijdagmiddag kreeg ik bezoek van K. en Z. van Kantlijn, het schrijverscollectief waar ik vrijwilliger ben.

K. is degene die namens Kantlijn degene die contact houdt met de Z! De Amsterdamse straatkrant waar stukken van ons collectief in worden geplaatst en de coördinatrice van Kantlijn. Behalve de nodige verstrooiing, een

 Z! krant 

Zaterdag de 7e kreeg ik bezoek van goede vriend R. uit Friesland. Jaren niet gezien. Wat je allemaal niet moet doen om elkaar weer eens te ontmoeten.

Hij had een smartphone meegebracht. Had nog nooit een dergelijk toestel gehad. Denk zelf wel na en dacht altijd dat je daar weer een apart abonnement bij moest nemen. Dat leek me overbodig. Ben vrijwel altijd thuis online bereikbaar via mijn computer/laptop. Aan een dommobiel om inlogcodes te ontvangen of afspraken te bevestigen of ter onverrichter zake te moeten afzeggen leek me voldoende. De smartphone heb ik nog steeds niet onder de knie. Siri begrijpt me niet.

Op zondag bleek mijn dommobiel onbruikbaar. Kreeg een melding over het ontbreken van een simkaart. R. had zaterdag iets gedaan met de simkaarten van de telefoons. Thuisgekomen twee weken later heb ik online een simkaart besteld,

maar het is me nog niet gelukt die op de juiste wijze in te brengen. Ik ben erg onhandig in dat soort zaken. De filmpjes die ik op YouTube heb bekeken gaan allemaal over smartphones. Gelukkig kan ik thuis bijna iedereen via E-mail bereiken.


VIII

Week twee. Maandag en woensdag kreeg ik de hik en constateerde dat er nog steeds geen remedie is om dat euvel te verhelpen. Iets dat mijn zus een paar decennia eerder al eens in een ziekenhuis had ondervonden.

Dinsdag werd ik voor de tweede keer in mijn leven onder volledige narcose gebracht. De vorige keer was de behandeling aan mijn amandelen toen ik drie jaar was. Er werd een stuk vel uit mijn dijbeen verwijderd om het gemis van mijn drie kleine tenen te compenseren.

Ik zag erg tegen de narcose op. Ben in mijn leven verder nog nooit buiten bewustzijn geweest. Maar het viel alleszins mee. Ik was die middag al ietwat slaperig en werd na de operatie heerlijk uitgerust wakker. En het perenijsje dat ik daarna kreeg was een welkome traktatie.

Vond het wel vervelend dat ze een stuk vel uit mijn rechterbeen hadden gebruikt. Ik vond dat mijn linkerbeen ook wel eens aan de beurt was. Mijn rechter was al genoeg geteisterd door het scheurtje in de spier in mijn lies en de operatie van mijn voet.

Ruim een week lang was mijn rechterbeen felroze. Ik had er zo als flamingo mee naar het carnaval kunnen gaan.

En vrijdag de dertiende mocht ik weer naar de gipskamer voor een tweede aangepaste schoen.

 

IX

Week drie. Dinsdag 17 februari moest ik nogmaals naar de operatiezaal om daar onder plaatselijke verdoving aan mijn voet behandelt te worden. Een kleine ingreep om wat stukjes teen te verwijderen.

De laatste twee weken in het ziekenhuis had ik geen pijn. Hooguit 2 op een schaal van 1 tot 10 als een verpleegkundige mijn voet schoonmaakte en opnieuw verbond.

Woensdag overkwam me iets grappigs. Er werd een apparaat op min bed geplaatst en twee verpleegkundigen legden hun oor ter hoogte van mijn voet te luisteren. Tenenluisteraars?

Een dag later, in de gipskamer, werd het raadsel opgelost. Het apparaat zond een toon uit waarmee op afstand geluisterd kon worden naar echo's in de stroming van mijn bloed met behulp van het dopplereffect.

Hoewel de wond nog niet volledig was geheeld mocht ik donderdag gelukkig wel douchen. En kreeg het bericht dat ik vrijdag naar huis mocht.

Kon de hele week al zelfstandig, met een rolstoel weliswaar, naar het toilet.

's Middags maakte ik ritjes met de rolstoel door de gang.

Na het avondeten maakte ik nog een rolstoelritje door de gang. Ik had een frisdrankautomaat gezien en kreeg ineens zin in een Cola Zero. Het zou de eerste keer deze eeuw worden dat ik Coca Cola dronk.


Ik kwam terug bij de zaal waar 'mijn' bed zich placht te bevinden. Geen bed.
De aanwezigen hielpen me uit de droom. Ik had de verkeerde afslag genomen en was in de verkeerde vleugel beland.
Werd de juiste weg gewezen en kwam weer op de goede zaal. Daar zette een dame van de catering net een glas citroensap op mijn bijzettafeltje. Met ijs. Erg welkom om later in mijn cola te gebruiken.

Aan het eind van de vrijdagmorgen mocht ik naar huis. Ondersteund door een verpleegkundige naar een taxi en daar ondersteund door de chauffeur weer naar mijn eigen appartement.

 

maandag 18 november 2024

Nico D.

 
Wie denkt Nico Dijkshoorn wel dat ie is.
Omdat ie een paar keer bij een inmiddels van de buis gehaalde talkshow op televisie is geweest?

Die show wordt inmiddels nog slechts met initialen in de media genoemd.
Zoals gebruikelijk is met misdadigers: DWDD.


Nee, Nico valt best wel mee.
Heb altijd zeer van zijn bijdragen aan het prietpraatprogramma genoten.
Zo maar even contact opnemen met Endemol. Wellicht een ideetje voor een nieuw 'format'. PrietPraat: Een 'show' met mensen die alleen maar onzin uitkramen.

Laat maar. Daar zijn er inmiddels al zoveel van.

Op een druilerige zondag in november 2024 woonde ik voor de tweede keer een bijeenkomst waar Nico een hoofdrol speelde bij.
In Wormerveer. In een zaal die 'De Vermaning' heet.
Waar klaarblijkelijk regelmatig literaire middagen worden gehouden.
Overigens met de trein beter en sneller bereikbaar dan het centrum van Amsterdam waar die dag de intocht van Sinterklaas werd gevierd.


Een vermaning is een kerkgebouw van de doopsgezinde gemeente waar men er ernstig op wordt gewezen zich vooral niet aan zonden over te geven.
Dus ik had op zijn minst verwacht dat Dijkshoorn vanaf een kansel zijn toorn over de verdorven aanwezigen zou hebben uitgestort.
Dat viel mee of tegen. Naargelang hoe (goed) gelovig men is.
Wat valt er in hemelsnaam in Wormerveer dan ook te zondigen.
Mijn bezoek was kort. Wellicht zijn er ondergrondse opiumkits of worden er ergens orgies op zolders gehouden. Ik heb ze op weg van het station naar de zaal en terug niet kunnen ontdekken.


Maar beter ook.
Aan dat soort zaken heb ik me in Amsterdam, waar ik geboren en getogen ben, al meer dan genoeg overgegeven.

Op de samenkomst in De Vermaning kom ik nog terug.


Eerst een impressie van een eerdere keer, in 2012, dat ik Nico D. van dichtbij heb meegemaakt.
Heb daar indertijd iets over geschreven. Nooit geblogd of zo.
Maar ik kan uit het concept ervan putten om er nu wel iets leesbaars van proberen te maken.
Ietwat herschreven en aangevuld. Uiteraard.


Nico Dijkshoorn is gisteravond wederom voor een laaiend enthousiast peloton liefhebbers van zijn werk aangetreden.
De locatie: een zaal van de bibliotheek in het De Pinto Huis, Sint Antoniesbreestraat te Amsterdam.
De toegangsprijs was zevenenhalf euro, vijf als je in het bezit van een biebkaart of stadspas was.


''Als je er voor betaald hebt, moet je er ook van genieten''.
Vrij naar Johnny van Doorn, die in een van zijn boeken zijn moeder citeerde, die dat tijdens een verregende vakantie op een waddeneiland ooit had verzucht.
Heb er daadwerkelijk echt van genoten.
Voor meer geld krijg je elders in het Wallengebied van de hoofdstad minder genot.


Het was volledig uitverkocht. Alle veertig stoelen waren bezet.
Het De Pinto Huis bevindt zich op looprekafstand van bejaardenhuis De Flesseman op de Nieuwmarkt.
Dat verklaart waarschijnlijk ook meteen het feit dat de gemiddelde leeftijd van de toehoorders, die op deze 'angry young man' van de Nederlandse columneratuur waren afgekomen, nauwelijks onderdeed voor de ouderdom van het gebouw.
Het De Pinto Huis is een voormalig woonhuis dat in het jaar des heren 1680 voor de familie De Pinto, een rijk Portugees-joods geslacht van kooplieden en bankiers, is gebouwd.
Er waren zelfs enkele aanwezigen die zich nog meenden te kunnen herinneren dat de De Pinto-tjes in de 17e eeuw ook wel de Rothschilds van het 17e eeuwse werden genoemd.
Er was helaas geen tijd om hen nog te vragen of ze dit uit persoonlijke ervaring of overlevering wisten of dat zij deze kennis van Wikipedia hadden opgedaan.


Want daar was Nico reeds en na een korte introductie van een bevallige medewerkster van de openbare leeszaal barstte hij al los in woest proza.

Ik zat met een opschrijfboekje in een hoekje en dacht er het mijne van.
''Als hij nu maar niet over homoseksuele pinguïns begint''.


Dijkshoorn vertelde waar het allemaal bijna was misgegaan.
Als hij niet in een bibliotheek was gaan werken, was hij misschien wel loempiavouwer of erger, leraar Nederlands, geworden.
De stemming zat er al meteen goed in toen hij verhaalde hoe hij als vervangende dienstplicht bij een bibliotheek in Amstelveen werd gedetacheerd.
Samen met een lotgenoot voerde hij fictieve titels voor streekromans met de meest scandaleuze namen op het systeembestand van de computer in.
Een van die niet bestaande boeken bleek niet minder dan 894 keer te zijn gereserveerd.


Dijkshoorn heeft later nog jaren dienst op de jeugdafdeling  gedaan.
Vandaar misschien dat hij qua uiterlijkheid enigszins op de creatie Douwe Dabbert van tekenaar Piet Wijn is gaan lijken.


Later schreef Nico voor de site van Geen Stijl.
Columnisten konden daar zelf reacties op hun schrijfsels plaatsen waar dan voor betaald werd.
Dijkshoorn voerde 80 gedichten in terwijl de directie zich rijk rekende.


Na ruim twee uur schaterlachen was het voorbij.
Links en rechts stopten de aanwezigen hun gebit, voor zover ze dat terug hadden kunnen vinden in de mêlee van tevergeefs onder hun stoel zoekende bejaarden, weer in hun mond.


Ik hoefde de avond daarna niet de deur uit voor meer Dijkshoorn.
Hij was weer bij DWDD.
Kon ik gewoon mijn commentaar tegen het televisietoestel schreeuwen.


Maar goed. Terug naar de middag in De Vermaning.
Deze keer betrof het een tweespraak met collega columnist Eva Hoeke.
Dijkshoorn vertelde af en toe wat dingen die ik in 2012 al uit zijn mond had vernomen.
De aanwezigheid van Eva die Nico aanmoedigde (voor zover daar iets voor nodig is) en hem rake vragen stelde, maakte de middag tot een succes.
Zijn fraaie muzikale vertolkingen van liederen van musici, ook tot mijn favorieten behorend, met Nederlandse hertalingen, die Dijkshoorn had ge-JanRot, maakten het een compleet welbestede middag.
Hoefde die dag echt niet meer op zoek naar enig vertier in Wormerveer of elders. Kon volkomen voldaan terug naar huis.


Had na afloop van de bijeenkomst een korte ontmoeting met Eva Hoeke.
Kende haar columns en podcasts al via vriend en collega blogger Menno V.
Tot mijn niet geringe verbazing (Één cliché-uitdrukking per column moet wel kunnen, toch?) bleek mij van Twitter, waar ik me onder het nom de plume, Karel Nooitgedacht @poeetweet manifesteer, te kennen. Wist zelfs dat ik het woord TEKSTVERWEKKER in mijn bio had staan.


Eva geeft cursussen in het schrijven van columns/essays. Aan haar keukentafel.
Daar had Menno V., die daar aan had meegedaan, me ook al enthousiast over verteld.
Ik meldde dat ik, als er nog plaats is en ik tijd heb, me daar ook graag eens voor wil gaan inschrijven.
Eva zei zoiets als dat ik dat absoluut niet nodig heb omdat ik immers al kan schrijven.
Fijn compliment. Maar onzin. Het kost me zoveel moeite om iets leesbaars qua non fictie te schrijven. Het wordt bij meestal een soort van schoolreisjesverslag: 'En toen en toen en toen gingen we met z'n allen onder de banken zitten, in de hoop dat onze ouders de bus zouden zien en even zouden denken dat de kinderen ergens waren achtergelaten'.
Ik maak er dan al snel liever fictie van. Een kind dat onder een bank blijft zitten met ouders waar hij of zij niet naar terug wil en nog een week met ander klassen op schoolreis gaat of zo.


Nee, dan echt leren een strakke column te kunnen schrijven.
In 40 minuten en afgepast in een aantal woorden.
Zoals Nico Dijkshoorn op die middag beweerde te doen.
Deze column bevat tot nu toe ruim 1200 woorden. Heb er eufemistisch gesproken ietwat langer over gedaan dan 40 minuten. En ik ben nog niet klaar.


Heb van een aantal schrijvers van fictie gehoord dat zij gemiddeld een pagina per dag schrijven.
Dat is mij ook wel eens gelukt.
Dan schreef ik op een dag ruim vijf pagina's. Las ik het de dag daarna terug.
Herschreef, schrapte en vulde aan. De dag daarna idem.
Hield ik na drie dagen toch ook drie pagina's over.


Dan nog even over keukentafels.
We hadden thuis geen keukentafel. Aten aan een soort toonbank tussen de huiskamer en de open keuken. Op de onderste etage stonden onze borden met bestek. Boven de pannen, salade en sausen.
Waar ik nu woon is er in de keuken geen plaats voor een tafel.
Eet wel eens aan de huiskamertafel, maar het vaakst achter mijn pc in mijn werkhoek.

Bij keukentafels moet ik trouwens altijd onbewust aan een hitsige scene uit de film 'The Postman always rings twice' tussen Jack Nicholson en Jessica Lang denken.

Het niet denken aan een tafel in de keuken valt me zwaarder dan aan de olifant in de kamer.
En dan kan ik ook al niet zo goed 'acteren' als Jack Nicholson.
Als je op een keukentafel al zoveel kan verrichten, moet ik er echt niet aan denken wat er zoal in slaapkamers gebeurt. 

Heb ik toch zowaar een essay geschreven. 

En dat dan nog in minder dan 1500 woorden.

 

 





















woensdag 6 november 2024

De kracht van taal

Geschreven voor de tentoonstelling 'Dwarse Lessen'
Over de kracht van taal
November 2024 in de OBA Javaplein Amsterdam-Oost
en
Kantlijn Live 27 november in Perdu
Thema: 'Daar zijn woorden voor.' 


Toen ik kennis nam van de thema's voor de tentoonstelling 'Dwarse lessen de kracht van taal' en Kantlijn Live op 27 november 2024, 'Daar zijn woorden voor', moest ik aan twee liedjes denken.

Johnny Hoes met 'Dat is het einde' uit 1965.
''Dat is het einde. Daar zijn geen woorden voor. Dat doet de deur dicht. Ja, dat is tra la la la Ja Dat is tralalalala''
In het eerste couplet wordt een baby de mond gesnoerd met een speentje. 
 

Van Dik Hout met 'Stil in mei' uit 1994.
''Het is zo stil in mij. Ik heb nergens woorden voor. Het is zo stil in mij''


Het is nooit iemand gelukt mij mijn mond te snoeren.
Ik heb altijd mijn woordje klaar.
Dat hoop ik nog heel lang vol te houden. 

Bij mijn moeder gingen de woorden teloor toen ze begon te dementeren.
Ze was altijd heel erg (meer)talig geweest.
Had als directiesecretaresse met Nederlandse, Duitse en Engelse handelscorrespondentie geen enkele moeite.
Zij heeft mij de taal met de paplepel ingegoten.
Vandaar waarschijnlijk de term 'voertaal'.

Daar ben ik haar zeer dankbaar voor.
Maar op latere leeftijd kreeg ze last van afasie, een ernstige taalstoornis.
Ze wist zelfs de meest gebruikelijke woorden niet meer.
Maar ze verzon wonderwel alternatieven voor wat was gewist.
Dat moet de erfenis zijn van de enorme woordenschat die ze ooit heeft bezeten.
Een 'ziekenbroeder' noemde ze 'kloosterman' en voor 'pleister' gebruikte ze de merknaam
'Leukoplast'. 

 
Hoop dat dit mij nooit zal overkomen.
Als je je woordenschat verliest is dat het einde.
Dat doet de deur dicht.

Dan wordt het erg stil in je en rest nog slechts tralalalala.


 

 
 
 

 




woensdag 22 mei 2024

Onvoltooid vervlogen tijd

Droomde vannacht dat ik de hoofdrol in een stripverhaal had en met de teksten die zich in tekstballonnen uit mijn hersens ontsproten rond de aarde vloog.

Gedreven door fantasie. 
De brakke geboortegrond van mijn stad ontstegen.
Vooralsnog met onbekende bestemming het luchtruim gekozen.
Ik vreesde de hoogte. Voelde me enorm opgelaten.
Wierp alle wereldse zaken, die mij eerder nog als ballast hadden geleken, van me af.

Met het hoofd in de wolken stormde mijn brein en waaide me alle kanten op.
Dacht aan Johnny van Doorn's 'De geest moet waaien'.

Mijn tocht voerde me over het Duitse laagland waar het in de vorige koude oorlog tot een treffen tussen de NATO en het Warschaupact had kunnen komen.
Zwaaide naar Nena die me met haar 99 luchtballonen rakelings passeerde.

Gelukkig had ik geen last van vliegschaamte.
Terwijl ik langs kustlijnen scheerde, gooide ik her en der zandzakken af in een poging de gevolgen van de zeespiegelstijging door klimaatverandering te compenseren.

Oversteeg de hoogste bergtoppen waarbij ik me afvroeg hoe lang het nog zou duren alvorens die zo afgesleten zouden zijn voordat ze onder zeeniveau zouden verdwijnen.
Zong zacht Bob Dylan's 'Blowing in the Wind'.
Zelfs Robert Allen Zimmerman wist het niet.
''How many years can a mountain exist. Before it’s washed to the sea?''

Bij het ochtendgloren daalde ik terug in het hemelbed waar mijn reis naar het einde van de nacht was begonnen.
Bedacht een titel voor het verhaal dat ik op 22 mei 2024 bij Kantlijn Live in Perdu zou kunnen voordragen.
Vrij naar 'À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd)' van Marcel Proust:

Onvoltooid vervlogen tijd 
 



zondag 4 februari 2024

Vrij reizen

Bij de halte Hugo de Grootplein stapte een oudere heer in tram 3.
Zijn vale, vermoeide gezichtsuitdrukking riep een sterk vermoeden aan decennia van tegenslagen op.
Het zou mij niet verbaasd hebben als hij onlangs uit een stoffige bundel met 'stukkies' van Simon Carmiggelt was gekropen.

De man vroeg de tramconducteur netjes of ''ie asjeblief een haltetje mee mog rije''.
Dat verzoek werd uiteraard ingewilligd.
Zulk een vriendelijk en beleefd geformuleerd rekest kan immers niemand weigeren.

Bij de volgende halte verliet de man de tram.
Ik zag hoe hij met twee volle plastic zakken naar de belenende bushalte stiefelde en daar op het bankje plaatsnam.
Wellicht wachtend op een bus waarmee ie weer ietsje dichter bij zijn uiteindelijke bestemming zou geraken.

Terwijl 'mijn' tram de hoek om reed, glimlachte ik hem na.
''Die komt er wel. Al is het niet vandaag, dan wel morgen.''


donderdag 14 december 2023

Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven

December 1946. Een avond zoals alle avonden.

Het is al uren donker.
De 19-jarige Hendrika Johanna Matzen, later beter bekend geworden als Ma Hemelsoet uit de roman 'Seizoensgebonden' van George Bekker, staart uit het raam van Vechtstraat 2 drie hoog.
Aan de overkant van de Jozef Israëlskade zit een man op de eerste verdieping driftig te schrijven.
Hendrikje vraagt zich af wat de man daar toch altijd maar zit te schrijven.
Zou hij aan een roman werken?
De man legt zijn pen neder, grijpt naar zijn kruis, trekt zijn broek naar beneden en begint zijn ijdele delen te betasten.
Hendrikje slaakt een kreet. Ma Matzen snelt de huiskamer binnen.
''Zit je nou alweer naar die rare kerel aan de overkant te loeren?''
Hendrikje slaat haar ogen neer. Ma Matzen sluit de gordijnen en snauwt haar dochter richting slaapkamer.
''Naar bed jij!''
Opoe Matzen ontwaakt uit haar achtmaal daagse ouderdomsslaapje. Ze heeft dorst.
''Is er nog wat van die bessen–appeldrank?''
Hendrikje trekt zich mokkend terug in haar slaapvertrek.
''Als die man later een beroemde schrijver wordt, heb ik het zien gebeuren en is het tenminste niet onopgemerkt gebleven.''

Aan de overkant van de gracht stopt een veelbelovend schrijver zijn geslachtsdelen terug in zijn broek en herschrijft de eerste zin van wat ooit zijn debuut als romancier zal worden. 




Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. 

 

 

 

 

vrijdag 17 november 2023

Maania (Icarus2.0)

Toen in 2026 de Xplorer13 van XSpace van Leon Muggx op het maanoppervlak landde, leek er nog geen vuiltje aan de lucht.
Xtronout Rodgers plantte de vlag van XSpace en Muggx kondigde in een wereldwijde uitzending op XTV aan dat de exploitatie van de Maan spoedig van start zou kunnen gaan.
Ongekende hoeveelheden zeldzame grondstoffen lagen voor het oprapen.
Gereed om naar de Aarde te worden vervoerd.
Muggx zou iedereen rijk maken door de mogelijkheid Moonshares/Maandelen op de beurs aan te schaffen.

Van de aanvankelijke euforie, waarbij de prijs van de waardepapieren tot hemelhoge bedragen steeg, bleef weinig over toen de eerste retourvlucht met kostbare ertsen in botsing kwam met ruimtepuin.
Ironisch genoeg een fragment dat afkomstig was van een eerder verloren gegane satelliet van XSpace.
Dit bracht een kettingreactie teweeg.
Het eerste brokstuk caramboleerde tegen een volgende kunstmaan waarvan onderdelen weer een andere raakte.
Sindsdien was het voorlopig onmogelijk nog raketten te lanceren.

Het resultaat was een wereldwijde energiecrisis met alle financiële gevolgen van dien.
Menig maandeelhouder zat met de brokken en staarde bij kaarslicht naar de obligaties, die inmiddels minder waard waren dan een tulpenbol.
De slogan van Xspace: ''Maar wij hebben de maan!'', was onvoltooid verleden tijd.